« Workshop innoveren | Hoofdpagina | Chemelot Campus »
20 februari 2010
The day after...
Met bijzonder gemengde gevoelens heb ik de afgelopen dag beleefd. Gisteravond tot laat de ontwikkelingen in Den Haag gevolgd. Maar er leek geen einde aan te komen. Toen ik vanochtend om half zeven het nieuws checkte, bleek het kabinet Balkenende IV dan toch gevallen. Dat blijft een schok. Als Kamerlid heb ik immers jarenlang steun gegeven aan dit kabinet. En ook het onderwerp waarover het kabinet gevallen is – de afbouw van de Nederlandse aanwezigheid in Uruzgan – heb ik herhaaldelijk vanuit het Haagse perspectief mogen bekijken en beoordelen. En wat nog belangrijker is, ik ken de betrokkenen persoonlijk. Niet alleen de kopstukken, maar zeker ook de “gewone” Kamerleden, die ook slechts vanaf een afstandje mochten gadeslaan hoe over de toekomst van ons land, maar zeker ook hun persoonlijke toekomst werd beslist.
Om met dat laatste te beginnen: voor een Kamerlid is de tijd voorafgaand aan verkiezingen een ware hel. Niet als je minister of fractievoorzitter bent, maar als je behoort tot de grote groep, die goed functioneert als woordvoerder, maar moet vechten voor de twintig à dertig verkiesbare plaatsen achter de top, dan wachten vele weken van onzekerheid en schaduwgevechten. Welke gaten vallen er waar in de lijst? Welke regio gaat voor? Wie stopt en wie komt er nieuw op de lijst? Logica en ratio lijken erg ver weg; je gaat als een jojo door de conceptlijst op en neer. Het is mijzelf drie achtereenvolgende keren gelukt om op een verkiesbare plaats terecht te komen, maar ik bewaar aan deze processen alles behalve goede herinneringen. Ik wens alle oud-collega’s (van welke partij dan ook) veel sterkte toe in de komende weken.
Wat belangrijker is: had de val van het kabinet voorkomen kunnen en moeten worden? Het antwoord op deze vraag is helder en duidelijk: JAZEKER! Nederland krabbelt juist op uit een diepe economische crisis. Het is nu alle hens aan dek. Op zo’n moment laat je geen kabinet vallen. En stuur je zeker niet doelbewust aan op de val van een kabinet.
Dat laatste is wat Wouter Bos gedaan heeft. Nadat hij enkele dagen eerder nog akkoord was gegaan met het vragen van een officieel verzoek aan de NAVO voor een hernieuwde inzet in Afghanistan en met het objectief bestuderen van alle opties, kwam hij volstrekt onverwacht – nota bene bij de uitgang van het ministerie van Algemene Zaken – aan de pers vertellen dat hij één belangrijke optie uitsloot. Hij wist dat hij hiermee het kabinet zou opblazen en maakte de oorlog in Afghanistan hiermee tot campagneonderwerp nummer één. Dat is in Nederland nog nooit vertoond en is volstrekt verwerpelijk. Wij hebben juist een traditie van zorgvuldige afwegingen rond militaire operaties. Ook nu had dat zonder problemen gekund, maar de halsstarrige houding van de PvdA maakte een inhoudelijke discussie helaas onmogelijk. De geveinsde verbazing van Bos over de brief van de secretaris generaal van de NAVO werd al in het Kamerdebat van donderdag keihard gelogenstraft.
Een andere vraag: Had de PvdA tenminste inhoudelijk gelijk (moeten de Nederlandse troepen in augustus 2010 terug uit Uruzgan)? Deze vraag is moeilijker te beantwoorden. Zeker voor mij. Insiders weten dat ik één van de allerlaatsten in de CDA-fractie was, die destijds “om” gingen en vóór verlenging van de Uruzgan missie waren. Juist het besluit om in 2010 terug te trekken, was een belangrijke reden om uiteindelijk in te stemmen. Maar we moeten wel reëel zijn: we leven in een andere tijd, ook wat betreft Afghanistan. VS-president Bush is vervangen door de – door links zo bejubelde – president Obama. Zijn strategie is geheel anders. In Irak heeft deze strategie tot succes geleid. Nu wordt deze strategie overgeheveld naar Afghanistan. In het kader van de Obama-strategie wordt het hernieuwde verzoek aan Nederland gedaan. En – voor alle duidelijkheid – het is geen verzoek voor een nieuwe missie, maar voor een vertraagde afbouw met aansluitend een opleidingsmissie. Als je zo’n verzoek niet bij je overwegingen wilt betrekken, dan sluit je je ogen voor al het goede werk dat Nederlanders in Uruzgan hebben gedaan en zijn die 21 Nederlandse mannen daar voor niks gevallen. Dát is iets wat ik – als mede-verantwoordelijke voor hun uitzending – zeker niet kan verantwoorden.
Tenslotte: alle waardering voor de Christenunie. We wisten al dat het een afgewogen en fatsoenlijke partij was en dat hebben ze de afgelopen dagen laten zien. Ook de CU stemde vóór de motie om terug te trekken uit Uruzgan. Maar deze partij weet haar verantwoordelijkheid te nemen en stemde in met een onderbouwde en afgewogen discussie over het einde van de missie. Jammer dat ze waarschijnlijk na de verkiezingen (en de te verwachten democratische chaos daarna) niet meer tot een nieuw kabinet zullen toetreden.
Jos Hessels
Gepubliceerd door Jos Hessels om 20 februari 2010 19:26