« Maria, Neelie en Rob | Hoofdpagina | »
03 mei 2010
Coniglio Grigio
In de laatste dagen van april bezocht ik – met een kleine Limburgse delegatie – de regio Piemonte, met als uitvalsbasis Turijn. Een driedaags bezoek met een overvol programma, maar zeker een aantrekkelijk thema: topgastronomie.
Al in de eerste weken na mijn aantreden als gedeputeerde maakte ik kennis met het brede spectrum van initiatieven rond de Limburgse streekproducten. Ik miste echter in al deze verschillende projecten de samenhang, een gezamenlijke visie. De vraag “wat is de identiteit van het Limburgse streekproduct?” werd nergens beantwoord. Bovendien was de samenhang tussen streekproduct en toerisme ver te zoeken.
We zijn dus gaan zoeken naar een referentieregio. Een regio, die net als Limburg beschikt over uitstekende streekproducten, die een prachtig landschap weet te combineren met industriële bedrijvigheid en waar top-restaurants en prachtige hotels garant staan voor het grote genieten van de geneugten des levens. Maar zeker ook een regio, waar juist de nadruk op deze topgastronomie ertoe leidt dat de basis van streekproducenten, eenvoudige – maar kwalitatief goede – eetgelegenheden en kleine – maar zeer aangename – verblijfsaccommodaties meegezogen wordt in de goede naam van het gebied.
Die referentieregio hebben we gevonden in Piemonte. Deze regio in het noorden van Italië is bekend van de Barolo en de truffel, maar ook van Fiat en het mooie glooiende landschap in de Langhe en de Roero. Er zijn zeer luxe hotels en restaurants, maar je kunt er uitstekend genieten in de vele kleinschaligere agriturismi en trattorie. Piemonte is bovendien de bakermat van de wereldberoemde Slowfoodbeweging. Een ontwikkeling à la Slowfood is feitelijk wat Limburg nodig heeft: het creëren van een predicaat, maar ook van gedeelde trots voor het streekproduct. Daarnaast een slimme vermarkting van de streekproducten en het succesvol organiseren van de producenten en verwerkers. Tenslotte een gecoördineerd optreden van de producenten van streekproducten, de toerisme-organisaties én de overheden.
Netto waren we slechts twee dagen in Turijn en omgeving. Eigenlijk veel te kort. Maar de intensiteit van het programma (om 01.00 uur terug in het hotel en om 7.00 uur alweer vertrekken!) en de kwaliteit van de werkbezoeken konden toch een goede indruk van de piemontese aanpak geven. De uitstekende organisatie door Alessandro Avataneo (verbonden aan de gastronomische universiteit van Pollenzo, schrijver van boeken en maker van films over de regio én verbonden aan Slowfood) stond garant voor interessante gesprekspartners en beeldbepalende bezichtigingen.
Bijzonder waardevol waren de gesprekken met Slowfood-oprichter (en nog steeds voorzitter) Carlo Petrini en met zijn uitvoerend directeur. Ruim een uur spraken we met Petrini, terwijl maximaal tien minuten was afgesproken en hij niet bekend staat voor zijn toegankelijkheid voor de vele buitenlanders, die Slowfood bezoeken. Opmerkelijk detail: Petrini spreekt geen Engels, maar wel goed Frans. En dan komt het goed van pas als je een paar woorden over de grens spreekt!
Nog zo’n aardigheidje: de gedeputeerde voor economie van de provincie Turijn, Alessandra Sartorio, was de eerste avond onze gast. Toen ze de rest van ons programma hoorde, bood ze spontaan aan om ons de volgende dag te vergezellen. Een goede relatie tussen beide provincies - één van de belangrijkste doelen van de reis – was daarmee bezegeld.
Waar we nog meer geweest zijn? Bij de burgemeester van Alba bijvoorbeeld, die een wereldvermaarde wijnschool binnen zijn gemeentegrenzen heeft. Of professor Luciano Bertello, directeur van de Enoteca Regionale del Roero in Canale, die al samenwerkt met de Duitse wijnstreek Pfalz en op zoek is naar een derde wijnregio om zodoende EU-subsidies te kunnen krijgen. Limburg is zijn eerste keus. Of het ronde tafelgesprek, met delegaties van Kamer van Koophandel en het regionale departement landbouw. Of de streekproductenmarkthal Eataly, die model staat voor veel markten over de gehele wereld.
Alle ervaringen zullen verwerkt worden in een uitgebreide rapportage, die uiteindelijk de basis zal zijn van een plan van aanpak voor de ontwikkeling van Limburg tot het “Piemonte van het Noorden”.
Tenslotte de titel van dit blog: “Coniglio Grigio”, oftewel “Grijs Konijn”. Voor mij staat dit na de afgelopen dagen model voor de trots van een regio voor zijn streekproducten. Welke Limburger zou vol trots kunnen spreken over een grijs konijn, alleen maar omdat het vlees ervan zo goed smaakt en er toevallig veel van voorkomen in de regio? De piemontees vertelt zodanig enthousiast over dit dier, dat het water je in de mond loopt. Hoe je van een grijze muis (of konijn) een topproduct kunt maken…!
Gepubliceerd door Jos Hessels om 03 mei 2010 14:27