« mei 2010 | Hoofdpagina | augustus 2010 »

19 juni 2010

Toespraak Jos Hessels bij Limburgse Veteranendag Roermond, 19 juni 2010

Geachte Veteranen, Ridder Militaire Willemsorde Houben, Edelachtbare Heer Burgemeester Van Beers, dames en heren.

Ik vind het een grote eer om vandaag hier te mogen zijn. Als bestuurder van de Provincie Limburg kom ik dagelijks bij veel gelegenheden, maar er zijn weinig plaatsen in deze provincie die zoveel indruk op me maken.

Het stadspark Hattem vormt al 22 jaar het decor van het Indië-Monument en al zeven jaar het decor van het Monument voor Vredesoperaties waar we nu voor staan.

Het doet me genoegen dat we om ons heen de werkzaamheden zien om dit park definitief vorm te geven als het nationaal herdenkingspark te Roermond. De beide nationale monumenten worden met elkaar verbonden. De boog, die dit symboliseert, zal geplaatst worden op de fundering, die afgelopen week gestort is.

Limburg vergeet zijn veteranen niet en de provincie Limburg is blij dat ze een bijdrage aan de realisatie van de nieuwe inrichting van het park heeft mogen leveren, evenals het Prins Bernhard Cultuurfonds, de gemeente Roermond en het ministerie van Defensie.

En zeker ook de burgers en bedrijven van Roermond, die bij een actie van de Lions Club Roermond hun verbondenheid met hun monumenten lieten blijken en een substantiële bijdrage aan de herinrichting van het park hebben geleverd.

De nagedachtenis aan onze gevallenen lééft dus op deze plek. We staan hier met zijn allen stil om te herdenken. Om de gesneuvelde militairen, die in onze opdracht werden uitgezonden, te gedenken. Hun de eer te bewijzen die hen toekomt. Want zij hebben de hoogste prijs betaald. Zij hebben hun leven gelaten op plaatsen waar de meesten van ons nooit zijn geweest.

Dat zijn in de regel geen vakantieoorden, maar onherbergzame gebieden met andere culturen, andere talen. Plaatsen waar je constant op je hoede moet zijn. Waar militairen voortdurend de vinger aan de trekker moeten houden. Waar je al te vaak moet vrezen voor je leven. Want de praktijk is nu eenmaal dat het ook wel eens vreselijk mis gaat. Ook al praten we over vredesoperaties, het is dan feitelijk gewoon oorlog.

Dan heb ik het onder meer over Korea, Libanon, het voormalig Joegoslavië, de Sinaï, Cambodja, Rusland, Irak en Afghanistan. Landen waar in de afgelopen decennia Nederlandse soldaten naar toe zijn gestuurd.

Op de zuilen en plaquettes van het Indië-Monument in dit park staan de 6.229 namen gebeiteld van soldaten die tussen 1945 en 1962 hun leven verloren in het voormalig Nederlands-Indië en in Nieuw-Guinea.

Bij de onthulling van dit Monument voor Vredesoperaties zeven jaar geleden stonden er al meteen 161 namen op de plaquettes. Daar is het helaas niet bij gebleven. Vandaag staan er 184 namen op. En nog maar een paar weken geleden moest de naam van Luc Janzen uit Pey er aan toe worden gevoegd. Het 24-ste Nederlands slachtoffer in Afghanistan. Verschrikkelijk. Hij was 25 jaar.

Luc Janzen maakte in Uruzgan deel uit van het Pantserinfanteriebataljon Limburgse Jagers gelegerd in Oirschot. Hij sneuvelde nog geen maand geleden door een laffe aanslag met een bermbom samen met een Franse militair en een Afghaanse tolk. Vier andere Nederlandse militairen raakten gewond.

Ik wil vandaag ook nadrukkelijk stil staan bij deze gewonden. Veel aandacht gaat terecht uit naar diegenen, die hun leven gegeven hebben, maar er zijn ook veel jonge vrouwen en mannen, die hun inzet voor vrede en vrijheid moeten bekopen met levenslange invaliditeit of ongemak. Ook hén eren wij vandaag hier bij dit monument.

Vorig jaar zei ik al op deze plek dat gedurende mijn jaren als Tweede Kamerlid de beslissingen over uitzendingen naar gevaarlijke missies voor mij persoonlijk de moeilijkste waren. Het waren besluiten waar ik letterlijk van wakker lag. Toch stemde ik vóór, en ik sta er nog steeds achter. We mogen en kunnen onze plicht niet ontlopen. We móéten terroristen met alle middelen die we hebben een halt toeroepen.

Vandaag wil ik daaraan toevoegen dat militaire uitzendingen nooit meer onderwerp mogen zijn van politieke strategiën. Laten we daar met z’n allen voor waken.

Het is aan ons, om de herinnering aan de gesneuvelden levend te houden. Opdat zij nooit vergeten worden. Wij zijn dat aan elkaar verplicht. Deze herdenking en dit monument dragen daar zeker aan bij: aan een constante aandacht, waardering en erkenning voor alle veteranen.

Erkenning waar de 200.000 Indië-veteranen tientallen jaren op hebben moeten wachten. Die erkenning krijgen nu alle veteranen direct. We zijn dus al een hele stap verder. Veteranen verdienen immers onze permanente zorg en aandacht.
Dames en heren,

Tot slot wil ik een dankwoord uitspreken voor alle vrijwilligers die deze dag mogelijk hebben gemaakt. Door hun inzet wordt er ook in Limburg meer aandacht en respect gekweekt voor onze militairen. Dat is heel erg belangrijk. Dankuwel voor Uw inzet. Wij kunnen niet zonder vrijwilligers.

Laat ik eindigen met de hoop uit te spreken dat we hier volgend jaar allemaal weer staan. En dat we in de tussentijd geen nieuwe namen op dit monument hebben moeten aanbrengen.

Ik dank U voor Uw aandacht.

Gepubliceerd door Jos Hessels om 12:39 pm | Reacties (0)