« Katrina (20-2005) | Hoofdpagina | Werkbezoek NedCar (22-2005) »
14 september 2005
Buitenlandse werknemers in Nederland (21-2005)
In de jaren negentig, vlak na de sloop van de Berlijnse muur in 1989, ontstond er een zelfvoldane stemming in West-Europa. Niet alleen vrede, maar ook vrijheid en verbondenheid met het welvarende Westen waren voor de Oost-Europeanen de nieuwe verworvenheden. De Duitse regering loste gedeeltelijke een ereschuld af met haar investeringen van meer dan 1500 miljard euro (!) in Oost-Duitsland. De landen van de Europese Unie participeerden echter met mate. Zeker in Nederland ging het niet altijd van harte. Dit had absoluut te maken met de volgens minister Zalm ‘disproportionele positie’ die Nederlands als nettobetaler binnen Europa inneemt.
Toch werd met voortvarendheid door opvolgende Nederlandse regeringen gewerkt aan een snelle toetreding tot de EU van een aantal Oost-Europese landen. Zo werden vrijheid van leven, wonen en werken gestaag realiteit voor vele Oost-Europeanen. Gelukszoekers, met name Polen met een Duits paspoort, zoeken vanaf de jaren negentig vooral het ‘handwerk’ in West-Europese landen op. Tuinbouwgebieden (Westland, Zuid-Oost Brabant, Noord-Limburg) hebben de voorkeur. Begrijpelijk, omdat hun boerenafkomst, arbeidsmoraal en culturele tradities aansluiten bij de mentaliteit van de Nederlandse ondernemer in de tuinbouw. Vooral de seizoensarbeid geniet de voorkeur, omdat de Poolse werkers met het geld dat zij hier verdienen iets in hun eigen geboortestreek willen opbouwen.
In de jaren negentig, en daarna, ontstaat er helaas veel illegaliteit rond de buitenlandse werknemers. Op het gebied van werken, maar ook wonen. Het bekende Nederlandse gedoogbeleid wordt goeddeels als reden voor dit probleem genoemd. Inmiddels, ruim tien jaar later, zijn veel gemeenten in onder andere Noord-Limburg overstag gegaan en hebben beleid ontwikkeld voor de (huisvesting van) buitenlandse werknemers. Ook de provincie Limburg speelt een belangrijke rol bij het zoeken naar oplossingen inzake de huisvesting, nu gebleken is dat sprake is van een structureel probleem. Illegaal verblijf en illegale huisvesting wordt daarmee gelukkig consequenter aangepakt.
Het is begrijpelijk dat vele Nederlanders zich zorgen maken over het feit dat zovele buitenlandse werknemers (die overigens grotendeels EU-burgers zijn en hier dus mogen werken) in Noord-Limburg werk verrichten, terwijl de kaartenbakken van de uitkeringsinstanties vol zitten met ‘inactieve’ Nederlanders. Dit geeft aan dat een doeltreffender beleid met betrekking tot uitkeringsgerechtigden echt noodzakelijk is. Sommige gemeenten slagen daarin sinds de invoering van de nieuwe Bijstandswet. In mijn oude gemeente Horst aan de Maas krijgen iets meer dan 200 personen een bijstandsuitkering, maar dankzij het ‘Work First’- project wordt het aantal uitkeringsgerechtigden behoorlijk teruggedrongen en heeft de gemeente een van de laagste werkloosheidscijfers (5,9%)van Limburg. Het project is erop gericht mensen meteen aan het werk te zetten zodra ze een bijstandsuitkering aanvragen. Zo moet ervoor gezorgd worden dat mensen actief blijven - al is het maar met eenvoudig handmatig werk - om zo hun kansen op de reguliere arbeidsmarkt te vergroten. Eenzelfde aanpak zou eveneens gehanteerd moeten worden in de grote steden en bij de reïntegratietrajecten van het UWV.
Gepubliceerd door Beheerder om 14 september 2005 12:47