« Burgemeesters (28-2005) | Hoofdpagina | Cultuur als bindende factor (30-2005) »
27 september 2005
Limburgse Jagers (29-2005)
Vandaag ontmoet ik Overste Tummers van het Regiment van de Limburgse Jagers (RLJ). Onder andere alle soldaten die zijn ingedeeld bij het 42-ste Pantserinfanteriebataljon (tot een half jaar geleden gelegerd in Seedorf en nu in Oirschot) maken hiervan deel uit. De provincie Limburg en de Jagers hebben van oudsher een emotionele band en het Regiment heeft uiteraard ook promotionele waarde voor Limburg. Overste Tummers weet mij te vertellen dat de band met de Limburgse Jagers volop werd gekoesterd door mijn voorgangers. De laatste Gouverneurs hebben zich bijvoorbeeld ingespannen voor de totstandkoming van het Museum Regiment Limburgse Jagers te Weert. Ook vertrek- en terugkeermonumenten bij uitzendingen van Jagers naar buitenlandse missies werden veelal voorzien van een officieel Limburgs tintje. Ik verzeker Overste Tummers dat ik deze traditie in stand zal houden en mij eveneens zal inzetten voor de totstandkoming van sociale projecten in het verlengde van toekomstige uitzendingen.
Nieuwe burgemeester Horst aan de Maas
‘s Middags heb ik de eer om mijn opvolger in Horst aan de Maas, burgemeester Kees van Rooij, te beëdigen in het Gouvernement. Zijn gezin en familie zijn bij deze korte plechtigheid aanwezig. Ik wens hem veel geluk en voorspoed toe in een van nature ondernemende gemeente, waar vele uitdagingen liggen voor onder andere het agrarische bedrijfsleven. Ook de leefbaarheid van de dorpskernen zal de aandacht blijven opeisen van de nieuwe burgemeester, die tevens aan de slag kan met een nieuwe loco-burgemeester. Dit vanwege het vertrek van Raymond Knops naar de Tweede Kamer, als opvolger van de tot burgemeester van Venlo benoemde Hubert Bruls.
Bezoek aan Hasselt
De dag wordt gecompleteerd door een bezoek aan de jaarvergadering van de werkgeversvereniging in Belgisch Limburg (VKW). Een zeer druk bezochte vergadering - met een aantal ministers op provinciaal werkbezoek - die in het teken stond van de oplopende lasten voor het Belgische bedrijfsleven. De loonkosten in België stijgen sneller dan de arbeidsproductiviteit, er zijn te veel medewerkers bij de overheid die te veel regels vaststellen en de ingevoerde 35-urige werkweek is niet bevorderlijk voor de concurrentiepositie, zeker in de kwetsbare sectoren van het bedrijfsleven. Het devies is ook hier: versnellen om het hoofd te bieden aan de opkomende Aziatische ‘tijgers’.
Vooral de maakindustrie in Europa heeft het zwaar te verduren. Er is bijvoorbeeld een historisch hoge overproductie in de auto-industrie en van oudsher is er in Belgisch- en Nederlands Limburg veel automotive maakindustrie (Volvo, Ford, NedCar). Helaas liggen oplossingen niet voor het oprapen in een regio waar het Rijnlandse model – een combinatie van de sociale verzorgingsstaat en een overlegeconomie - populair is. In Hasselt is langer en slimmer werken het adagium. Ook is er de roep om een overheid die het de bedrijven mogelijk maakt scherp te concurreren in het mondiale krachtenveld. Een overheid kan, waar mogelijk samen met werkgevers en werknemers, de voorwaarden scheppen die tot meer banen kunnen leiden. Daarvoor is een op kennisgroei, grensoverschrijdende samenwerking – bijvoorbeeld binnen het programma van de Eindhoven-Leuven-Aken triangle (ELAT) - en hechte samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid en kennis- en onderwijsinstellingen gerichte houding van groot belang.
Gepubliceerd door Beheerder om 27 september 2005 15:56