« Winter | Hoofdpagina | Wielerseizoen »

14 maart 2006

Krantenverkoop

Een samenloop van omstandigheden noodzaakt mij vandaag langer dan gewild stil te staan bij de op handen zijnde verkoop van de Media Groep Limburg (uitgever van o.a. De Limburger en het Limburgs Dagblad). Van VNU naar Telegraaf en nu weer naar een andere, hopelijk gerespecteerde, uitgever. Van diverse zijden ben ik de laatste maanden aangesproken door mensen die bezorgd zijn over de ontwikkelingen binnen de Nederlandse media en met name de regionale media. Werkgelegenheid, identiteit, pluriformiteit en het aantal regionale edities staan op het spel. Die zorg deel ik. Ik voel het publieke belang van een goede informatievoorziening in Limburg, onder andere als voedingsbodem voor een goed functionerende democratie.

De krantenwereld is een uitermate complexe wereld waar de laatste jaren veel chaos is ontstaan. Zowel aan de vraagzijde (afname aantal abonnees) als aan de aanbodzijde (op peil houden van het aantal regionale edities en de betrouwbaarheid en kwaliteit van de informatie) staan de kranten onder druk. Bovendien is het de vraag hoe multimediale en crossmediale ontwikkelingen de toekomst van de regionale dagbladen zullen bepalen.

Anders dan bij de regionale publieke omroepen heeft de Provincie geen formele rol in deze overnamekwestie. Daar gaat uiteindelijk het Bedrijfsfonds voor de Pers over, maar ik voel betrokkenheid bij de Limburgse zaak en de zorgen zijn groot. Ik pleit er voor dat degenen die een bod gaan uitbrengen bij het Telegraafconcern, oog hebben voor de regionale identiteit van de dagbladen. Natuurlijk is er noodzaak tot vernieuwing, maar met een verdere verschraling van het aanbod is niemand gediend. Hopelijk wordt het niet alleen een kwestie van geld, maar blijft de kwaliteit bij de afwegingen ook nog een rol van betekenis spelen. Marktwerking en globalisering zijn dan wel een feit, maar de vraag is tegen welke prijs.

Werkbezoek Maastricht Aachen Airport
WeblogCdK_bericht14mrt_2006.jpgEen bezoek aan de directie van Maastricht Aachen Airport confronteert mij met de ambities die een regionale luchthaven moet hebben. Hoewel het economische perspectief er sinds jaar en dag is, beperken wet- en regelgeving een dynamische groei. In de randen van de nacht mag niet gevlogen worden en dat heeft gevolgen. Hoewel het vrachtvervoer zich sneller dan verwacht ontwikkeld, blijft het personenvervoer achter bij de prognoses. Belangrijke kansen voor Maastricht Aachen Airport ten opzichte van andere (regionale) luchthavens, liggen in de snelle en efficiƫnte afhandeling van het vervoer.

Ook wordt er getwijfeld of en in hoeverre gelijke (inter)nationale speelvelden van toepassing zijn als het gaat over de regelgeving. Ook zijn er verschillen in behandeling in vergelijking met burgerluchtvaartterreinen en militaire luchtvaartterreinen waar medegebruik toegestaan is, zoals in Eindhoven. Juist in deze dagen (TEFAF) wordt het belang van een luchthaven in de nabijheid van grootschalige dienstverlenende activiteiten en aansluitingen op de internationale corridors per spoor en over de weg, duidelijk gezien. Ik onderschrijf de wens van de directie om vaart te maken met de invoering van de nieuwe luchtvaartwet, die meer bevoegdheden voor de Provincie en een gedecentraliseerde luchtverkeersleiding oplevert.

Gepubliceerd door Beheerder om 14 maart 2006 13:43