« OLS | Hoofdpagina | Tour »
03 juli 2006
Tour de France
Wielrennen in Limburg: wie de verwevenheid met deze sport ontkent, is geen Limburger. Jan Lambrichs uit Bunde en de Maastrichtenaar Jacques Sijen waren vlak voor de oorlog de eerste Limburgers die aan de Tour de France deelnamen. De Limburgse liefde met ‘La Grande Boucle’ moet in die dagen geboren zijn, toen Lambrichs als eerste Nederlander in de top-10 van de Tour eindigde (8e werd hij). Daarna Sjefke Janssen die na de oorlog in 1947 de enige Nederlander was die Parijs haalde. En dan de zware bergrit op 17 juni 1952 van Limoges naar Clermont-Ferrand, na 254 kilometer eindigend op de Puy de Dôme – ce putain de Puy de Dôme, zoals de meeste renners hem noemen. Jan Nolten hield van deze berg. Hij, als rasklimmer, hield eigenlijk van alle bergen. Wat hij vooral mooi vond aan het vak van klimmer was de eenzaamheid. Trucs kun je in de bergen niet uithalen. Het waren de dagen van Coppi en Bartali. Geminiani was voor hen de volgende bedreiging Jan Cottaar was onze stem uit Frankrijk. Jan Siebelink laat mij in zijn boek ‘Eerlijke mannen op de fiets’ de heldentocht van Jan Nolten herbeleven. Vierhonderd meter onder de top was hij steeds de eerste. Coppi had de aanval ingezet op de ontketenende Nolten. Applaus langs de kant. ‘Courage Nolten, courage Nolten’. Net onder de top dook Coppi naast Nolten, ging langs hem heen, maar bleef bang achterom kijken. De Italiaanse campionissimo feliciteerde onze held uit Geleen, die in dezelfde straat woonde als Jean Nelissen.
De liefde voor de wielersport was met dit heroïsche verhaal van Jan Nolten bij mij geboren en ik leefde mee met onze mannen van de jaren vijftig en zestig. Jaap Kersten (meesterknecht van Charly Gaul), Henk Stevens, Piet Haan, Mart van de Borgh, Piet van den Brekel en Jef Lahaye. En dan de nieuwe generatie in de jaren vijftig: Huub Harings, Eddy Beugels, Arie den Hartog (Milaan-San Remo ging bij mij door Den Hartog meer betekenen dan St. Joep in Sittard), Wim Schepers en Fons Steuten.
Jan Janssen kon in 1968 de eerste Nederlandse tourtriomf vieren dankzij Beugels, Schepers en Den Hartog. 1968 was trouwens toch al een gedenkwaardig wielerjaar, omdat Jan Krekels olympisch goud won in Mexico. Vanaf 1969 was Limburg sterk vertegenwoordigd in het peleton. De tweede etappe eindigde dat jaar in Maastricht (Julien Stevens won). Successen volgden elkaar op: Jan Krekels, Ad Wijnands, Jo Maas, Peter Winnen en Frans Maassen brachten het Limburgse land in vervoering.
Vanuit de Limburgse Peel, waar ik nu mijn laatste dagen verslijt om spoedig naar Zuid-Limburg te verhuizen, in het naar minister Van IJsselsteyn genoemde dorp, werkte Peter Winnen aan zijn heroïsche zeges op Alpe d’Huez. In ‘Van Santander naar Santander’ lees ik dat Peter Winnen schrijft dat ‘met EPO het wielrennen zijn onschuld verloren heeft.’ Het brengt ook in deze dagen de wielersport aan het wankelen. Peter Winnen beklom als nummer drie het podium in Parijs en eindigde als vierde en vijfde, won nog een etappe in Morzine, het moet gezegd, na de beklimming van de verschrikkelijke Joux Plane. Honderdduizenden langs de cols. In Jan Siebelinks boek vertelt Peter Winnen hoe het voelde: ‘ik reed door de juichende menigte naar de kop en ik voelde mij helemaal alleen, geïsoleerd door het immense kabaal.’
In 1992 verscheen de Tour de France voor de tweede keer binnen de Limburgse grenzen, een etappe die werd gewonnen door Gilles Delion. En dan nu, in 2006: Esch-sur-Alzette – Valkenburg. Limburg is weer Tourprovincie, helaas zonder Limburgers in het peleton. Maar toch: de Tour is in de hoofden van honderdduizenden Limburgers gegrift. Een vereenzelving met heroïek, met sterke verhalen, met topsporters, met een volkssport. Dat moet de zin zijn om vandaag hier met zovelen het verleden vanaf de strijd tussen Nolten en Coppi te beschouwen en de aankomst van morgen, voorbij de Cauberg, voor te beschouwen. Het Nederlands elftal is uitgeschakeld, het kabinet is gevallen, de Tour de France heeft de laatste dagen op zijn fundamenten geschud. Vanuit Spanje is er terecht gestraft, maar hoe het ook zij, de karavaan trekt altijd door. Omdat wij winnaars willen zien en willen toejuichen. Valkenburg wielerstad avant la lettre: bedankt voor de sportieve ontmoetingen die hier vandaag en morgen kunnen plaatsvinden!
Gepubliceerd door Beheerder om 03 juli 2006 16:08