« | Hoofdpagina | Gedrag jeugdgroepen »

10 januari 2007

Het weer

Tien jaar geleden werd voor het laatst de elfstedentocht gehouden en de laatste weken krijg ik het gevoel dat de lente zich aandient als de zon zich laat zien. Tijdens een wandeling langs de boomgaarden in Bemelen zie ik dat veel laagstamfruit al knoppen van aanstaande bloesem draagt. Als de vorst nu toeslaat gaan fruittelers een moeilijk jaar tegemoet.

In de media worden we geconfronteerd met de Amerikaanse interventies in Somalië. Ik heb er wederom een tweeslachtig gevoel over.

Infrastructuur
Vandaag staat een 'dagje infrastructuur' op het programma. Door de professionals van het Gouvernement word ik in korte tijd door de vele infraprojecten geloodst die momenteel in Limburg gaande zijn, zoals de aanleg en voltooiing van de A73 en de ontwikkelingen rondom Klavertje 4 (Venlo en omgeving). Maar ook de nieuwe verbindingen in de flessenhals van Limburg: Bottleneck Infra. Een project waar provincie en regio trots op kunnen zijn. Het gaat om een geïntegreerde aanpak van verkeersverbindingen over weg, water en spoor in de omgeving van Roosteren, Born en Nieuwstadt. Leefbaarheid en verkeersveiligheid worden hierdoor verbeterd en een snelle aansluiting op het Duitse autowegennetwerk en op Parkstad (Brunssm, Onderbanken) komt hiermee stappen dichterbij. De aanpassing en de uitbouw van de N296 en N297 neem ik met eigen ogen waar. De verhoging van de bruggen over het Julianakanaal om moderne schepen het varen mogelijk te maken, maken Bottleneck tot een uniek project. En dit allemaal dankzij gelden die eigenlijk bestemd waren voor de ontwikkeling van Maastricht-Aachen Airport. In huis staan wij wat langer stil bij enkele toekomstige infrastructurele projecten, zoals de Buitenring Parkstad Limburg en de grote aanpassingen die aan de A2 gaan plaatsvinden. Geen nota's en moeilijk overleg, maar een interessante doedag.

Opiniestuk jeugdzorg (1)
In Dagblad De Limburger van vandaag, 10 januari, verschijnt een opiniestuk van mijn hand over de jeugdzorg:

Gouverneur Léon Frissen maakt zich zorgen over de ontwikkelingen in de jeugdzorg. “Het gaat om de toekomst van Nederland”.

Balkenende, Bos en Rouvoet: geef prioriteit aan de jeugdzorg

Door Léon Frissen

Op de opiniepagina van deze krant werd afgelopen zaterdag door Statenlid Kees Schroër aandacht geschonken aan mijn nieuwjaarsrede. In die speech heb ik uitgebreid stilgestaan bij mijn bezorgdheid over de ontwikkelingen in de jeugdzorg in Nederland. Bezorgdheid is de juiste term; niet puinhoop. Voor de goede orde: dat woord, waarnaar in het opiniestuk wordt verwezen, heb ik nooit in de mond genomen. Dat zou ernstig tekort doen aan al die mensen die iedere dag opnieuw met ziel en zaligheid werken in de jeugdzorg. Voor al die opvoedingsondersteuners, therapeuten, voogden, pleegouders en alle andere medewerkers in de jeugdzorg heb ik het allergrootste respect. Als ik het over jeugdzorg heb, dan bedoel ik alle instanties die met kinderen, jongeren en ouders te maken hebben. En niet alleen de instellingen die wij als provincie financieren.

Ik begon mijn rede met het volgende citaat: “Als vandaag de dag iets zeker is, dan is het een gevoel van onzekerheid”. Die woorden sprak Hare Majesteit de Koningin bij haar inhuldiging in 1980. Het zijn woorden die niets aan actualiteit hebben ingeboet. Onze samenleving heeft in 2007 misschien wel meer dan ooit behoefte aan zekerheid en stabiliteit. Verheugend is dat we na moeilijke tijden weer economische voorspoed kennen, inclusief lagere werkloosheidscijfers. In onze zoektocht naar zekerheid en stabiliteit is dit een belangwekkend baken.

Maar wat ik wil betogen, is dat economische ontwikkeling alléén niet zaligmakend is. Een stabiele samenleving begint bij de kiem, bij een veilige leefomgeving voor onze jeugd. Wie het over jeugd heeft, heeft het over kinderen, heeft het over onze toekomstige samenleving.
Een actueel onderwerp, omdat 2006 op dit vlak schokkend nieuws bracht: er overleden kinderen aan de gevolgen van mishandeling of andere gewelddaden, terwijl zij bij instanties waren aangemeld, jeugdzorg en niet-jeugdzorg. Deze krant en vele andere media schonken er ruimschoots aandacht aan.
Mijn stelling is: er is meer gezin en meer gezag nodig. Er is een roep hoorbaar om sneller ingrijpen bij ouders die kinderen verwaarlozen. Maar je hoort óók de roep van ouders die verzeild raken in een labyrint van hulpverlenende en over elkaar heen buitelende instanties. Terwijl we de problematiek zien aanzwellen, is het antwoord tot nu toe steeds dat er hervormd moet worden, of dat de huidige wet niet deugt.

Naar mijn opvatting leidt deze drang tot herstructurering vaak echter weer tot versterking van de instituties, in plaats van dat de hulp dichter bij de jongeren en ouders thuis komt. Werkbezoeken die het voltallige college van Gedeputeerde Staten aan jeugdzorginstellingen heeft gebracht, versterkten bij mij het beeld dat daar met mens en macht wordt gewerkt. Maar ook rijst het beeld dat er een versnippering van verantwoordelijkheden is, die het mogelijk maakt, dat velen zich verschansen achter eigen taak en opdracht.

Op nationaal niveau – in Den Haag - dient deze gordiaanse knoop te worden doorgehakt, zodat de provincies optimaler hun werk kunnen doen. Want het zijn de provincies die in dit land een zeer wezenlijke rol spelen als het om de (sturing van de) jeugdzorg gaat.


Dat is beslist een eerste vereiste, gekoppeld aan een systeem van vroegsignalering. Directeur Wiel Janssen van het Amsterdamse Bureau Jeugdzorg benadrukte afgelopen zaterdag in dagblad Trouw het belang van tijdige signalering van problemen nog eens, bij zijn pleidooi om psychiaters jeugdzorg te laten inlichten als uit hun therapieën blijkt dat kinderen gevaar lopen. Van belang vind ik daarbij dat het Rijk structureel geld beschikbaar stelt voor vroegsignalering, zodat de rekening niet op het bordje van provincies wordt gelegd.

Ik heb in mijn nieuwjaarsrede dus vooral een appèl willen doen op de Rijksoverheid. Ik roep de beleidsmakers op: zorg voor ontschotting van verantwoordelijkheden, met name op Rijksniveau. Die ontschotting moet wat mij betreft beginnen aan ‘de top’: daarom pleit ik voor een minister van jeugd en gezin. En ik zeg bij dezen tegen Balkenende, Bos en Rouvoet: geef nu eens echt prioriteit aan de jeugdzorg; het gaat immers over de toekomst van Nederland.

Ik kijk echter niet alleen naar ‘Den Haag’, maar doe ook een appèl aan de samenleving als geheel : de jeugdzorg moet uit de taboesfeer. Wie een ziekte heeft of een aandoening, durft daar vaak gewoon voor uit te komen, de eigen zwakte te tonen. Als kinderen in de jeugdzorg terechtkomen, valt er bij menigeen echter vaak een oorverdovende stilte. Ouders die ermee geconfronteerd worden, praten er liever niet over en de kinderen zelf krijgen vaak een stempel.
Hier doorheen breken is niet alleen het werk van instituties, maar vooral van ons allemaal, als (mede)mensen!

Gepubliceerd door Beheerder om 10 januari 2007 13:01