« Luisterend door Limburg | Hoofdpagina | Etappe 5: Mobiliteit »

16 oktober 2007

Etappe 4: Cultuur en creatieve industrie

4 cultuur.JPGVanmiddag vertrekken we vanuit Q4, een wijk in Venlo. Het is de enige keer dat mijn wandeling mij en mijn gezelschap door een stedelijke omgeving voert. Het is de moeite waard om het enige bewaard gebleven middeleeuwse pand van Venlo te bekijken, zo dicht bij de plek waar gewerkt wordt aan een heel nieuw aangezicht van de stad. Aangezien het thema voor vanmiddag Cultuur en creatieve industrie is, is het toepasselijk om dit stadsgedeelte, waar nu culturele ondernemers de ruimte krijgen en nemen, te bezoeken. Ik word vergezeld door Marcel Tabbers (Q4, Koekoek BV), Jan Besselink, Hans Mommaas (hoogleraar Vrijetijdwetenschappen aan de Universiteit van Tilburg), Maurice Mentjens (Maurice Mentjens Design), Johan Luijmes (Intro in situ) en Rob Vermeulen (Total Identity).
Professor Mommaas geeft aan dat we onderscheid moeten maken in de verschillende definities van creatieve industrie. Hij wijst ons op de herkomst van dit begrip. In tegenstelling tot wat ik totnogtoe steeds gehoord heb, komt het begrip uit Engeland en niet uit Amerika. Zoals wel vaker gebruiken we dit begrip nu zonder dat we precies weten wat we er mee bedoelen: iedereen heeft het een beetje begrepen. Het zou goed zijn als de experts de begrippen die wij in Limburg willen gebruiken, eerst goed beschrijven.
Ik hoor van de twee jonge kunstenaars in het gezelschap dat zij Limburg zeker niet zullen verlaten om elders hun heil te zoeken. Zij vertellen mij dat Limburg hen veel te bieden heeft, maar vooral dat zij zelf hier het verschil kunnen maken. Die kick willen ze niet missen. Waar het naar hun idee wel aan schort is aan mensen die kunst kopen. Vooral als het nog geen gearriveerde kunst is. Over de grens kennen zij enkele verzamelaars, maar in Limburg is kunstverzamelen (nog) niet in. Zij vinden dat er langzaamaan steeds meer actie komt in Limburg, maar die actie mag nog wel wat toenemen.
Andere wandelaars worden geïnspireerd door de prachtige omgeving en zien mogelijkheden om meer op locatie aan kunst te doen, bijvoorbeeld spelen op de prachtige kerkorgels in onze provincie. Het kloosterdorp Steijl, als voorbeeld van zo’n locatie, ooit een broedplaats van innovatie, blijft verrassen met verbindingen tussen het verleden en het heden.4 cultuur en creatieve industrie.JPG
De oude drukkerij in Steijl is overgenomen door geïnteresseerden uit de omgeving. Een deel van het complex wordt afgestoten door de gemeente en daar wordt een nieuwe passende functie voor gezocht. De botanische tuin is nieuw leven ingeblazen door een viertal jonge mensen. We bezichtigen een door de paters gemaakte grot waarin zich een beeldengroep van de heilige familie bevindt. Ook staan we stil bij het graf van Arnold Janssen, priester en missionaris, oprichter van drie congregaties en in 1975 door Paus Paulus VI heilig verklaard.
In Theehuis Jochemhof beëindigen we onze voettocht. We kijken gezamenlijk terug op een aangename en inspirerende tocht. De wandelaars hebben met elkaar plannen gesmeed voor projecten en suggesties gedaan voor verbeteringen (bijvoorbeeld op het terrein van archiveren van oude film). Het blijft mij verrassen hoeveel gesprekstof er is tijdens een wandeling van een groep mensen die elkaar niet of nauwelijks kenden!
Om met Genesis te spreken: “Het werd avond en het werd ochtend; dat was de tweede dag.”

Etappe 3: Natuur en landschapVandaag starten we bij het kasteel in Well waar het Emerson College is gevestigd (ik was er onlangs nog op bezoek). Tijdens deze ochtendetappe word ik vergezeld door mensen met een professioneel oog voor de omgeving waar we doorheen lopen. Zij zijn uitgenodigd voor het thema Natuur en landschap en vertegenwoordigen de vele organisaties die rondom dit onderwerp actief zijn: Marleen Gresnigt, voorzitter van de Stichting het Limburgs Landschap; Christ Rijnen van de Vereniging Natuurmonumenten (directeur van het regiokantoor Noord-Brabant en Limburg); de directeur van Staatsbosbeheer Regio Zuid, Henkjan Kievit; Hans Heijnen, directeur van de Stichting Milieufederatie Limburg, Henk Heijligers, bureaumanager van het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg; Technisch directeur Henk Schmitz van de Stichting Instandhouding Kleine Landschapselementen in Limburg en Arie Boersma, voorzitter van het districtsbestuur van IVN-Limburg. We lopen, evenals gisteren, over grondgebied van de gemeente Bergen en het eerste deel van de tocht word ik begeleid door de Bergense burgemeester Klaverdijk.
Je kunt goed merken dat het zonder uitzondering maatschappelijk geëngageerde mensen zijn met een breed interesseveld. De gesprekken gaan dan ook niet altijd alleen over kwesties en problemen die spelen op het gebied van landschap en natuur. Ook andere maatschappelijke vraagstukken passeren de revue. Ook onderling vinden er vele gesprekken plaats en worden de contacten aangehaald.
Het spreekt vanzelf dat natuur en landschap vanmorgen de boventoon voeren in de discussies. Zaken die verband houden met de Reconstructie en actuele thema’s zoals de IJzeren Rijn en de A73 worden gedetailleerd besproken. Nederland is een land (en Limburg is een provincie) waarin het balanceren is tussen verschillende belangen, waaronder de belangen van onze natuur en ons landschap.
Een onderwerp waarover ik graag de mening van de dame en heren hoor, is decentralisatie. Diverse taken en bevoegdheden op het terrein van natuur en landschap worden door de Rijksoverheid gedecentraliseerd van het ministerie van LNV naar de provincies. De organisaties die bij de uitvoering van natuur- en landschapsbeleid betrokken zijn (en waarvan de vertegenwoordigers deze ochtend mijn gezelschap vormen) krijgen nu van doen met meerdere beleidsmakers. In plaats van één ministerie hebben ze steeds vaker te maken met 12 verschillende provincies. In ieder geval is de conclusie van mijn medewandelaars dat het er op deze manier niet duidelijker op geworden is. Het is nog allemaal enigszins halfslachtig geregeld en er is dus behoefte aan meer coördinatie en duidelijker afspraken.
Fraaie vergezichten en een (zeker voor Nederlandse begrippen) ongerept landschap kenmerken dit deel van onze provincie. Op afstand zien we o.a. een ree en een kiekendief. We zien overigens ook glastuinbouw (Tuindorp) en windmolens op Duits grondgebied. Hierdoor laait de discussie op over horizonvervuiling. Wat is horizonvervuiling precies en welke “vervuiling” staan we toe? Er moet in onze dichtbevolkte streken nu eenmaal ook ruimte zijn voor economische activiteit. Het is een interessant thema, waarbij iedereen zich kan vinden in de formule dat economische bedrijvigheid altijd zoveel mogelijk moet worden ingepast in het landschap. Dat is theorie, de praktijk is en blijft natuurlijk weerbarstig.
Voor we het weten zijn de ongeveer 3 uur voorbij en komen we aan bij pannenkoekenhuis De Jachthut in Wellerlooi, waar de lunch op ons wacht. Ook dit keer heb ik in betrekkelijk korte tijd veel informatie gekregen. Een wandeling blijkt een prima manier om problemen ongedwongen, maar daarom niet minder diepgaand te bespreken. Op naar Venlo!

Gepubliceerd door Beheerder om 16 oktober 2007 09:36