« september 2007 | Hoofdpagina | november 2007 »

20 oktober 2007

Luisterend door Limburg

Een uitgebreide fotoreportage van mijn wandeling van Mook naar Eijsden kunt u bekijken via de volgende link: http://www.limburg.nl/upload/CdKLuisterendDoorLimburgOkt2007/IndexLuisterdDoorLimburg.html

Gepubliceerd door Beheerder om 04:14 pm

19 oktober 2007

Etappe 10: Steden en hun omgeving

Deze middag staat de laatste etappe van mijn wandeltocht door Limburg op het programma. Samen met een aantal lokale bestuurders loop ik door het Zuid Limburgse Heuvelland, van Bemelen naar Rijckholt. Het onderwerp van gesprek is Steden en hun omgeving. Ik spreek over dit thema met de burgemeesters van Voerendaal (Dieudonné Akkermans), Maasbree (Gerard Rabelink), Roerdalen (Ellen Hanselaar-van Loevezijn), Gennep (Marlies de Loo), Margraten (Harrie van Beers) en met wethouder Pé Diederen van Heerlen. Zij vormen samen met de vaste crew (Peter Schrijen en Edmond Staal) het wandelgezelschap.10 steden eo.JPGDe centrale stelling is dat de plattelandsgemeenten met de rug naar de stad staan en de stad met de rug naar haar landelijke omgeving. Alhoewel een dergelijke stelling vooral bij de bestuurders van de kleinere gemeenten in eerste instantie een ontkenning oproept, in de zin van “we doen toch al zo veel “ of “de steden tonen geen begrip”, blijkt doorvragend dat er vaak sprake is van een soort gijzeling in kleinschaligheid. Vanwege hun kleinere schaal zijn de lokale bestuurders en zeker de raadsleden electoraal vooral gericht op de kring van bewoners die in de gemeenschap actief zijn. In de omgeving van de steden zijn dat vaak activiteiten in de vrijetijdssfeer, omdat de bewoners voor een groot gedeelte voor hun werk op de stad zijn aangewezen. De gehechtheid aan lokale voorzieningen is groot bij deze groep. Dit leidt tot veel politieke aandacht voor het behoud van voorzieningen van “vroeger” en verzet tegen vernieuwing. Veel jonge bewoners van de dorpen verzetten zich hiertegen, kiezen voor een gerichtheid op de stedelijke voorzieningen, verliezen het contact met de gemeenschap en pendelen voor allerlei activiteiten (school, muziekonderwijs, film) naar de stad.
Het behoud van veel voorzieningen leidt niet alleen tot meerdere kampen in een dorp, maar legt ook een onevenredig groot beslag op de beperkte lokale middelen. Met als gevolg dat er voor het meebetalen aan bovenlokale zaken nauwelijks ruimte is en dat daar dus ook politieke verantwoordelijkheid voor gemeden wordt. Niet alleen lokale bestuurders maar ook lokale (horeca-)ondernemers durven uit vrees voor kritiek of door gebrek aan moed het lokale niet te overstijgen. Terwijl de echte toekomstige uitdagingen voor de plattelandsbevolking absoluut niet zonder de stuwende kracht van de steden tot stand komen. Vaak mondt deze weerstand uit in een structuurdiscussie en waart al vrij snel het herindelingspook rond. Het grote probleem is dat dan de kansen voor de regio en de inhoud niet meer leidend zijn, maar juist alle oude sentimenten tussen stad en platteland worden opgeroepen en bovendien de onderlinge verhouding tussen de kleine gemeenten onderling op scherp komt te staan.
Vanuit de stad geredeneerd zijn er grote belangen bij een omgeving van hoge kwaliteit. Zowel het imago van de stad als de leefruimte van haar inwoners wordt in belangrijke mate medebepaald door de mogelijkheden van de omgeving. Heerlen heeft belang bij een groene Parkstad, Maastricht bij een hoogwaardig toeristisch Heuvelland, Venlo bij goed evenwicht tussen tuinbouw, natuur en landschapskwaliteit. Er is dan ook alle reden om de krachten te bundelen en de lokale trots van mensen op hun stadswijk en dorp aan te grijpen om naar buiten niet behoudzucht maar ondernemingszin, openheid voor het nieuwe en oog voor kwaliteit uit te stralen.
Ergens in het Savelsbos slaat het wellicht wat sombere verhaal om in het inzicht dat we juist samen veel te bieden hebben, in het besef dat er iets moet gebeuren, dat lokale identiteit niet strijdig is met herindeling, dat er ook ambtelijk veel meer samen opgetrokken kan worden, dat we groter moeten denken en minder in formele verbanden onze posities moeten verdedigen. 10 steden en omgeving.JPG
Met deze mooie gedachte arriveren we bij ons einddoel: het koetshuis van kasteel Rijckholt. Daar worden we buiten opgewacht door Odile Wolfs die speciaal voor de gelegenheid is afgereisd naar “haar” Rijkckholt. We worden welkom geheten door burgemeester Pelzer van Eijsden en samen met haar heffen we het glas.
De wandeltocht zit erop. Tien etappes leverden veel interessante en inspirerende gesprekken op, met vele mensen die op de verschillende terreinen van onze Limburgse samenleving actief zijn. Ik kijk met groot genoegen en voldoening terug op de afgelopen week: vijf dagen luisterend door Limburg, door de prachtige en gevarieerde natuur van onze provincie.

Etappe 9: Ontgroening en vergrijzing
De wandeling start vandaag op voor mij bekend terrein. Het terrein rond Steenfabriek Plinthos in Sweikhuizen was in de jaren ‘60 en ‘70 een ontmoetingsplek voor veel jongeren uit de buurt. Naast spelen en kattenkwaad uithalen, zijn er ook heel wat romances opgebloeid onder de rook van de schoorsteen van deze steenfabriek. Voor de waereldsjtad Gelaen is dit een markante plek en zoals dat dan ook hoort, is de entourage vastgelegd in de bekende carnavalssjlager “Jong ligk neet te zanike, kom mit mich nao Danike”. Een prachtige plek en een mooi verhaal om de negende etappe te starten, onder leiding opnieuw van Edmond Staal. Het thema is ontgroening en vergrijzing.
We beginnen aan een wandeling die ons voor het eerst door het glooiende landschap van Limburg voert. Ik word vergezeld door wandelaars die allemaal in hun werk bezig zijn met het nadenken over de effecten van ontgroening, vergrijzing en bevolkingsdaling.
Zo lopen John Monsewije en Rob Vastbinder mee. De ontgroening en bevolkingsdaling worden het eerst “gevoeld” in het onderwijs en zij weten daar alles van. Hans Laudy van woningcorporatie Weller heeft zijn werkterrein in Parkstad Limburg, de koplopersregio als het om bevolkingsdaling gaat. Zo ook Marie-Jo Sproncken. Haar werk voor Bureau Parkstad staat voor een groot deel in het teken van deze demografische ontwikkelingen. Van Eke Zijlstra van het Atrium Medisch Centrum Parkstad hoop ik zijn zienswijze te horen over demografie en zorg. Waarnemend burgemeester Vos uit Nuth ziet de bevolkingsdaling ook in zijn gemeente optreden. Tenslotte mag ik van Wim Derks, nota bene op zijn laatste werkdag bij de Universiteit van Maastricht, nog alle feiten en wetenswaardigheden vernemen die hij als expert op dit terrein inmiddels heeft vergaard.
Dat we het Maasdal uitlopen, merken we al gauw aan het gaandeweg stijgen van de weg. Er blijft genoeg lucht over voor een goed gesprek. Met Marie-Jo Sproncken raak ik al snel aan de praat. Ik merk dat de regio heel intensief met het onderwerp aan de slag is. Projecten als Krimp als Kans en de levensloopbestendige wijk hebben een praktische kant, maar zijn vooral ook bedoeld om als voorbeeld te dienen voor anderen. Het bundelen van de (gemeentelijke) krachten in Parkstad om de kansen te benutten die krimp met zich meebrengt, is heel belangrijk. Krimp is een ontwikkeling waar we samen én integraal op moeten inspringen.
Wim Derks is expert op het gebied van demografische ontwikkelingen en weet bovendien nog veel te verhalen over het prachtige landschap waar we doorheen lopen. Zijn wetenschappelijk voorwerk op het terrein van ontgroening en vergrijzing heeft het onderwerp onder de aandacht gebracht. Op het gebied van de gezondheidszorg, aldus Eke Zijlstra, is er als gevolg van de demografie een aantal speerpunten aan te wijzen. Meer ouderen, die ook nog eens ouder worden, en een gelijktijdige afname in het aantal jongeren dwingt ons om goed na te denken over de arbeidsmarkt (zorgpersoneel en zorgverleningconcepten) in de zorg. Innovatie is hard nodig. Om topzorg te kunnen leveren, moeten we de top van het medisch personeel naar Limburg halen. Daarvoor moeten we Limburg vermarkten. Het heeft wel de juiste aantrekkingskracht, maar dat mogen we best wat harder naar buiten roepen.
In het onderwijs wordt de ontwikkeling goed gevoeld, zo hoor ik van Rob Vastbinder en John Monsewije. Zij ronden momenteel samen met de Provincie een onderzoek af waarmee goed inzicht ontstaat in de effecten van bevolkingsdaling op de kwaliteit van het onderwijs en de gevolgen van de daling voor de financiën. Het onderzoek vormt een stevige basis voor een gezamenlijk lobby naar Den Haag. Naast deze demografische ontwikkeling speelt de grensligging van Limburg het onderwijs ook parten. Vooral beroepsopleidingen zijn in België goed en goedkoop te volgen. De taal vormt geen barrière. We praten nog even over de schaalgrootte van de scholen. Deze is van dien aard dat onderwijsinstellingen met wel 10 gemeenten aan tafel moeten, met elk een eigen, bij de gemeente passend onderwijsbeleid. De vraag welk schaalniveau passend zou zijn, lossen we vandaag niet op.
Na de welkome korte pauze met koffie, met uitzicht op de watertoren van Schimmert, is het de beurt aan waarnemend burgemeester Vos van de gemeente Nuth om het woord te nemen. Ook Nuth ziet de ontgroening en de vergrijzing in haar kernen. De op handen zijnde ontwikkeling van twee brede scholen werpt de vraag op hoe je een dergelijke investering verantwoord kunt nemen, wetende dat het aantal jongeren afneemt. Functiemenging, nieuwe bouwwijzen, herbestemmingmogelijkheden: het zijn mogelijke oplossingen. De behoefte onder de wandelaars is voelbaar om deze kennis en ervaring te bundelen en beschikbaar te stellen. Een gedeelte van de groep maakt dan ook al deel uit van het kennisknooppunt bevolkingsdaling. Een knooppunt dat naast het opzetten van een website, zich ten doel heeft gesteld om mensen vanuit alle sectoren bij elkaar te brengen om de ervaringen te delen. Ook wil het knooppunt krachten bundelen om zo samen nieuwe concepten te bedenken die de gevolgen van bevolkingsdaling ombuigen tot kansen. Hans Laudy werkt daar al geruime tijd aan. Hij is één van de leden van het knooppunt en vindt het een goede zaak dat ontwikkelde kennis door het knooppunt actief verspreid wordt. Alleen door al hetgeen we weten belangeloos met elkaar te delen, kunnen we er samen aan werken. Woningcorporaties staan voor een grote opgave. De vraag naar veel woningen is achterhaald. De vraag naar bepaalde type woningen groeit. Dat betekent dat naast een hele specifieke bouwopgave, Parkstad bijvoorbeeld ook een flinke sloopopgave zal hebben. Financieringsmechanismen zijn daar niet op geënt.
We verbazen ons onderweg nog over een enorme (lelijke) schuur naast een monumentale boerderij op een markant punt in het landschap. Eigenlijk zou je eens moeten gaan nadenken over schuren die het karakter van het landschap geen geweld aan doen, maar eerder de identiteit versterken.
De tijd vliegt als de gesprekken en het gezelschap boeiend zijn. De etappe van rond de 17,5 kilometer nadert haar eindpunt en reeds van verre zien we Chateau Sint Gerlach liggen. Nog even door het natuurgebied rond dit kasteel waar we vervolgens warm worden onthaald door mevrouw Oostwegel.

Gepubliceerd door Beheerder om 10:06 am

18 oktober 2007

Etappe 7: Veiligheid

Na de regen van gisteren is de lucht vanmorgen weer opgeklaard. We vertrekken bij de Mariakapel naast de Basiliek van de H.H. Wiro, Plechelmus en Otgerus in St. Odiliënberg. De kapel stamt uit de 11e eeuw en heeft een grote cultuur-historische waarde. Ons einddoel ligt in Echt en ik word deze ochtend vergezeld door burgemeester Schaftenaar van Echt-Susteren. Het thema is veiligheid en mijn overige medewandelaars zijn: Officier van Justitie Wim van de Ven (parket Maastricht); plaatsvervangend Hoofdofficier van Justitie Gerard Sta (parket Roermond); Lou Mennens, projectleider Bestuurlijke Aanpak van de Politie Limburg-Zuid; Jos Wauben, Projectleider ketensamenwerking/veiligheidshuizen (OM Maastricht) en Gerard van Klaveren, commandant van de Regionale Brandweer Zuid-Limburg.
Met de vertegenwoordigers van de beide parketten in Limburg spreek ik met name over de grensoverschrijdende aspecten van de criminaliteit in Limburg. Zoals uit (door de provincie betaald) onderzoek is gebleken heeft ongeveer 3/4 van de criminaliteit in Limburg grensoverschrijdende aspecten (dader, slachtoffer, transport, samenstelling van criminele organisaties enz).7 veiligheid.JPGDat wordt sinds een paar jaar in toenemende mate aangepakt door over de grenzen heen samenwerkende teams van politie en justitie. In Limburg zijn al goede slagen gemaakt, maar de fase is aangebroken om nu nog meer vooruitgang te gaan boeken. Wanneer politie en justitie elkaar nog beter weten te vinden en ook de grensoverschrijdende samenwerking in de opsporing versterkt wordt, is veel mogelijk. Concrete plannen worden besproken. Ik zal mij daarbij zeker als een stimulerende en ondersteunende partner opstellen.
Datzelfde geldt voor de verdere opbouw van de zgn. Veiligheidshuizen in Limburg, waarvan er nu 6 zijn. Dit zijn nauwe samenwerkingen van alle zorg- en justitie-instanties en gemeenten waar het gaat om de aanpak van de zogenaamde veelplegers- en jeugdproblematiek. Ik hoor gelukkig dat de steun die de provincie in het recente verleden heeft geboden, resultaten heeft mogelijk gemaakt. Verdere versterking en coördinatie van deze Veiligheidshuizen is echter nodig. Dat vraagt de inspanning, maar vooral samenwerkingsbereidheid en een vernieuwende opstelling van de verschillende instellingen en de gemeenten die zich alle met deelaspecten van het probleem moeten bezig houden.
Ook spreken we over de regionalisering van de brandweer in Zuid-Limburg. Een omvangrijke klus waar deze regio landelijk een door de minister erkende en financieel ondersteunde voortrekkersrol vervult. Ik ben ervan overtuigd dat de burger er wel bij zal varen.
Belangrijk thema is ook de zogenoemde bestuurlijke aanpak van de criminaliteit. Ook hier een voorbeeldrol voor Limburg. Bestuur en justitie nemen, daar waar de onderwereld de bovenwereld bereikt, gezamenlijk en tijdig mensen en situaties onder de loep om op die manier ongewenste vergunningen en investeringen te voorkomen. De ooit op de Amsterdamse wallen begonnen succesvolle aanpak van criminaliteit door - ook - het bestuur, is door Limburg overgenomen en aangepast. Het gevonden model wordt nu door de minister geprezen en erkend door toekenning van gelden aan een op te richten expertisecentrum in Valkenburg: het eerste in het land. De uitdaging is nu om wat in Zuid-Limburg werd opgepakt voor heel Limburg van de grond te krijgen.
Ik mag weer constateren dat de positie van Limburg - ver weg van Den Haag en gelegen langs de grens - niet alleen nadelen heeft, maar ook aanleiding geeft tot creatief en innovatief denken en dus ook veel kansen biedt. Op het terrein van de veiligheid worden die kansen duidelijk opgepakt en de Provincie wil daarbij een actieve partner zijn.
Het weer is de hele wandeling prima gebleven en we komen, wederom onder de indruk van de fraaie Limburgse natuur, aan op het eindpunt in Echt. We zijn er te gast van de Stichting Pepijn en Paulus, dienstverlener voor de ondersteuning van (verstandelijk) gehandicapten in Midden en Zuid-Limburg.

Gepubliceerd door Beheerder om 10:02 am

17 oktober 2007

Etappe 5: Mobiliteit

Deze ochtend staat de langste etappe van de wandeltocht op het programma: van Tegelen naar Swalmen over een afstand van zo’n 17 kilometer. De lucht is iets minder blauw dan de vorige twee dagen, maar het blijft aangenaam wandelweer. Het thema is vanochtend mobiliteit en mijn medewandelaars zijn wethouder Herman Janssen van Venlo, Janny Koppens van FNV Bondgenoten (Regiokantoor Weert), Louis Prompers, directeur van Projectbureau A2 Maastricht en burgemeester Oord van Beesel.
We vetrekken bij het Trappistenklooster Ulingsheide in Tegelen, dicht bij het tracé van de A74: een interessant begin van een etappe over mobiliteit. Er is over de A74 nogal wat discussie gevoerd, maar algemeen oordeelt men dat vanuit landschappelijk perspectief een goede keuze is gemaakt.5 mobiliteit.JPG
Mobiliteit is een actueel onderwerp met vele facetten. Zo komen we al wandelend ook te spreken over doelgroepaanbiedingen in het openbaar vervoer, dat wil zeggen goedkopere kaartjes voor bepaalde doelgroepen. Het is een onderwerp waarover de meningen uiteen lopen, een eensgezinde conclusie is moeilijk te trekken. De vraag naar zin en onzin van dit soort aanbiedingen moet politiek gezien in ieder geval wel beantwoord worden.
Een stukje van de wandeltocht lopen we parallel aan de nieuwe A73. Voor Limburg is het van enorm groot belang dat deze verbinding nu zonder onderbreking van noord naar zuid tot stand gebracht wordt. Hoe sneller, hoe beter, zo wordt geconstateerd naar aanleiding van de actualiteit.
De ondertunneling van de A2 is een ander actueel onderwerp. Niet alleen de tunnel zelf, maar vooral ook de ermee gepaard gaande stadsontwikkeling wordt uitgebreid besproken. De ondertunneling is een goed voorbeeld van een wens die al heel wat jaren op meerdere Limburgse verlanglijstjes staat en die nu uiteindelijk met inzet van velen, verwezenlijkt zal gaan worden.
De Duits-Nederlandse grens is tijdens de wandeling van deze ochtend nooit ver weg, we lopen min of meer langs de grens in zuidelijke richting. Wellicht is het deze omstandigheid die de gesprekken brengt op onze internationale omgeving. We kiezen in Limburg uitdrukkelijk voor internationalisering en dat geldt ook voor onze prioriteiten met betrekking tot mobiliteit en vervoer. Tot deze prioriteiten behoren zeker ook de verbindingen met het buitenland. Aan de orde komen de lightrail-verbinding tussen Hasselt en Maastricht en betere verbindingen met Duitsland, bijvoorbeeld met de regio Aken. Het belang ervan voor onze regio wordt door allen breeduit onderschreven.
En dan is er nog de IJzeren Rijn, ook een internationale verbinding. Deze spoorverbinding is een uitvloeisel van een internationale overeenkomst uit de 19e eeuw tussen België en Nederland. De discussie erover in Limburg is soms heftig. Als we zelf proberen om onze Nederlands-Limburgse belangen in een internationaal kader veilig te stellen, zullen we ook oog moeten hebben voor de belangen van onze Belgische en Duitse buren.
Onderweg voelen we voor het eerst tijdens mijn wandeltocht enkele regendruppels, maar het is echter slechts een klein buitje. Het eindpunt van de etappe is zwembad De Bosberg in Swalmen. We worden er warm ontvangen door de vrijwilligers van het zwembad. Ze hebben voor alle wandelaars een knapzak klaar gemaakt. Iedereen komt daarmee weer op krachten en ik kan verder naar het beginpunt van de volgende etappe: Kasteeltje Hattem in Roermond.

Gepubliceerd door Beheerder om 06:26 am

16 oktober 2007

Etappe 4: Cultuur en creatieve industrie

4 cultuur.JPGVanmiddag vertrekken we vanuit Q4, een wijk in Venlo. Het is de enige keer dat mijn wandeling mij en mijn gezelschap door een stedelijke omgeving voert. Het is de moeite waard om het enige bewaard gebleven middeleeuwse pand van Venlo te bekijken, zo dicht bij de plek waar gewerkt wordt aan een heel nieuw aangezicht van de stad. Aangezien het thema voor vanmiddag Cultuur en creatieve industrie is, is het toepasselijk om dit stadsgedeelte, waar nu culturele ondernemers de ruimte krijgen en nemen, te bezoeken. Ik word vergezeld door Marcel Tabbers (Q4, Koekoek BV), Jan Besselink, Hans Mommaas (hoogleraar Vrijetijdwetenschappen aan de Universiteit van Tilburg), Maurice Mentjens (Maurice Mentjens Design), Johan Luijmes (Intro in situ) en Rob Vermeulen (Total Identity).
Professor Mommaas geeft aan dat we onderscheid moeten maken in de verschillende definities van creatieve industrie. Hij wijst ons op de herkomst van dit begrip. In tegenstelling tot wat ik totnogtoe steeds gehoord heb, komt het begrip uit Engeland en niet uit Amerika. Zoals wel vaker gebruiken we dit begrip nu zonder dat we precies weten wat we er mee bedoelen: iedereen heeft het een beetje begrepen. Het zou goed zijn als de experts de begrippen die wij in Limburg willen gebruiken, eerst goed beschrijven.
Ik hoor van de twee jonge kunstenaars in het gezelschap dat zij Limburg zeker niet zullen verlaten om elders hun heil te zoeken. Zij vertellen mij dat Limburg hen veel te bieden heeft, maar vooral dat zij zelf hier het verschil kunnen maken. Die kick willen ze niet missen. Waar het naar hun idee wel aan schort is aan mensen die kunst kopen. Vooral als het nog geen gearriveerde kunst is. Over de grens kennen zij enkele verzamelaars, maar in Limburg is kunstverzamelen (nog) niet in. Zij vinden dat er langzaamaan steeds meer actie komt in Limburg, maar die actie mag nog wel wat toenemen.
Andere wandelaars worden geïnspireerd door de prachtige omgeving en zien mogelijkheden om meer op locatie aan kunst te doen, bijvoorbeeld spelen op de prachtige kerkorgels in onze provincie. Het kloosterdorp Steijl, als voorbeeld van zo’n locatie, ooit een broedplaats van innovatie, blijft verrassen met verbindingen tussen het verleden en het heden.4 cultuur en creatieve industrie.JPG
De oude drukkerij in Steijl is overgenomen door geïnteresseerden uit de omgeving. Een deel van het complex wordt afgestoten door de gemeente en daar wordt een nieuwe passende functie voor gezocht. De botanische tuin is nieuw leven ingeblazen door een viertal jonge mensen. We bezichtigen een door de paters gemaakte grot waarin zich een beeldengroep van de heilige familie bevindt. Ook staan we stil bij het graf van Arnold Janssen, priester en missionaris, oprichter van drie congregaties en in 1975 door Paus Paulus VI heilig verklaard.
In Theehuis Jochemhof beëindigen we onze voettocht. We kijken gezamenlijk terug op een aangename en inspirerende tocht. De wandelaars hebben met elkaar plannen gesmeed voor projecten en suggesties gedaan voor verbeteringen (bijvoorbeeld op het terrein van archiveren van oude film). Het blijft mij verrassen hoeveel gesprekstof er is tijdens een wandeling van een groep mensen die elkaar niet of nauwelijks kenden!
Om met Genesis te spreken: “Het werd avond en het werd ochtend; dat was de tweede dag.”

Etappe 3: Natuur en landschapVandaag starten we bij het kasteel in Well waar het Emerson College is gevestigd (ik was er onlangs nog op bezoek). Tijdens deze ochtendetappe word ik vergezeld door mensen met een professioneel oog voor de omgeving waar we doorheen lopen. Zij zijn uitgenodigd voor het thema Natuur en landschap en vertegenwoordigen de vele organisaties die rondom dit onderwerp actief zijn: Marleen Gresnigt, voorzitter van de Stichting het Limburgs Landschap; Christ Rijnen van de Vereniging Natuurmonumenten (directeur van het regiokantoor Noord-Brabant en Limburg); de directeur van Staatsbosbeheer Regio Zuid, Henkjan Kievit; Hans Heijnen, directeur van de Stichting Milieufederatie Limburg, Henk Heijligers, bureaumanager van het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg; Technisch directeur Henk Schmitz van de Stichting Instandhouding Kleine Landschapselementen in Limburg en Arie Boersma, voorzitter van het districtsbestuur van IVN-Limburg. We lopen, evenals gisteren, over grondgebied van de gemeente Bergen en het eerste deel van de tocht word ik begeleid door de Bergense burgemeester Klaverdijk.
Je kunt goed merken dat het zonder uitzondering maatschappelijk geëngageerde mensen zijn met een breed interesseveld. De gesprekken gaan dan ook niet altijd alleen over kwesties en problemen die spelen op het gebied van landschap en natuur. Ook andere maatschappelijke vraagstukken passeren de revue. Ook onderling vinden er vele gesprekken plaats en worden de contacten aangehaald.
Het spreekt vanzelf dat natuur en landschap vanmorgen de boventoon voeren in de discussies. Zaken die verband houden met de Reconstructie en actuele thema’s zoals de IJzeren Rijn en de A73 worden gedetailleerd besproken. Nederland is een land (en Limburg is een provincie) waarin het balanceren is tussen verschillende belangen, waaronder de belangen van onze natuur en ons landschap.
Een onderwerp waarover ik graag de mening van de dame en heren hoor, is decentralisatie. Diverse taken en bevoegdheden op het terrein van natuur en landschap worden door de Rijksoverheid gedecentraliseerd van het ministerie van LNV naar de provincies. De organisaties die bij de uitvoering van natuur- en landschapsbeleid betrokken zijn (en waarvan de vertegenwoordigers deze ochtend mijn gezelschap vormen) krijgen nu van doen met meerdere beleidsmakers. In plaats van één ministerie hebben ze steeds vaker te maken met 12 verschillende provincies. In ieder geval is de conclusie van mijn medewandelaars dat het er op deze manier niet duidelijker op geworden is. Het is nog allemaal enigszins halfslachtig geregeld en er is dus behoefte aan meer coördinatie en duidelijker afspraken.
Fraaie vergezichten en een (zeker voor Nederlandse begrippen) ongerept landschap kenmerken dit deel van onze provincie. Op afstand zien we o.a. een ree en een kiekendief. We zien overigens ook glastuinbouw (Tuindorp) en windmolens op Duits grondgebied. Hierdoor laait de discussie op over horizonvervuiling. Wat is horizonvervuiling precies en welke “vervuiling” staan we toe? Er moet in onze dichtbevolkte streken nu eenmaal ook ruimte zijn voor economische activiteit. Het is een interessant thema, waarbij iedereen zich kan vinden in de formule dat economische bedrijvigheid altijd zoveel mogelijk moet worden ingepast in het landschap. Dat is theorie, de praktijk is en blijft natuurlijk weerbarstig.
Voor we het weten zijn de ongeveer 3 uur voorbij en komen we aan bij pannenkoekenhuis De Jachthut in Wellerlooi, waar de lunch op ons wacht. Ook dit keer heb ik in betrekkelijk korte tijd veel informatie gekregen. Een wandeling blijkt een prima manier om problemen ongedwongen, maar daarom niet minder diepgaand te bespreken. Op naar Venlo!

Gepubliceerd door Beheerder om 09:36 am

15 oktober 2007

Luisterend door Limburg

Etappe 2: Internationalisering
’s Middags voert de wandeling ons verder door het prachtige landschap van Noord-Limburg en brengt ons van Afferden naar Nieuw-Bergen. Het is een afstand van wederom zo’n 13 kilometer. We vertrekken 's middags vanaf café Kubbus (Afferden) en de eindbestemming is, na een paar uur wandelen, het Recreatiecomplex den Asseldonk (Nieuw-Bergen). We worden tijdens de wandeltocht wederom deskundig en enthousiast begeleid door Edmond Staal van het Limburgs Landschap, 'bewapend' met een grote vakkundig uitgesneden wandelstok is het een echte herder; zo heeft hij een aantal jaren geleden met een echte schaapskudde een grote tocht tot hartje Parijs gemaakt. 1 sport.JPG
Het thema van vanmiddag is internationalisering, een thema waar mij veel aan gelegen is. Internationale samenwerking is voor Limburg als grensprovincie met zo'n 350 km grens met het buitenland essentieel voor haar verdere ontwikkeling. Die kansen voor samenwerking met partners uit Duitsland en België liggen er op veel terreinen zoals economie, cultuur, infrastructuur, gezondheidszorg, onderwijs, natuur en landschap. We moeten die kansen echter wel willen zien, en ons willen verdiepen in de initiatieven, structuren en belangen van onze buren. En natuurlijk zijn er de nodige wettelijke en financiële belemmeringen te overwinnen, maar daar zijn we dan ook volop mee bezig. In deze zomer heeft de commissie Hermans ons hierover geadviseerd, en het provinciebestuur is hard bezig om hier uitvoering aan te geven. Ik praat hier regelmatig over met bewindslieden en politici in Den Haag.
Zoals je bij een thema als internationalisering mag verwachten, is het gezelschap van vanmiddag van internationale allure uit België, Duitsland en Nederland. Ik praat met mijn mede-wandelaars over de kansen die zij vanuit hun vakgebied voor grensoverschrijdende samenwerking zien. Met Jürgen Drewes, Hauptgeschäftsführer van de Industrie- und Handelskammer Aachen en Jan Mans voorzitter van de Limburgse Kamer van Koophandel, praat ik o.a. over de samenwerking tussen de IHK en de Kamer van Koophandel. Nu de beide Limburgse Kamers gefuseerd worden, is het zaak ervoor te zorgen dat de samenwerking met de IHK-Aachen blijft bestaan, zelfs nog verder geintensiveerd wordt. Het onlangs opgerichte WTC Heerlen-Aken biedt zo'n kans. Ondanks dat het grensoverschrijdende bedrijventerrein Avantis nog erg 'leeg' is, zijn er toch veel goede ontwikkelingen te melden, natuurlijk de spectaculaire ontwikkelingen van het bedrijf Solland-Solar op de eerste plaats. De samenwerking met het Akense (RWTH) in onderzoek en innovatie in duurzame energie-technieken begint zich eveneens goed te ontwikkelen. Door nederlandse en duitse bedrijven is onlangs een nieuwe vereniging 'Energy Hills' opgericht. Dat het duitse onderzoek toonaangevend in de wereld is moge overigens wel blijken uit het feit dat dit jaar 2 Nobelprijzen (voor natuurkunde en voor chemie) aan Duitsers zijn uitgereikt.
Jürgen Drewes denkt dat de samenwerking in de Automotive tussen Limburg en Aken veel verder opgevoerd kan worden. De aanwezige kennis hier is enorm, het is jammer dat deze nog te weinig grensoverschrijdend benut wordt. Nedcar zou hier wellicht van kunnen profiteren.
Ook wordt er hard gewerkt om de samenwerking tussen het azM Maastricht en het Klinikum te Aken te concretiseren in gezamenlijke kliniken en instituten. Mogelijk dat een deel hiervan zich op Avantis zal vestigen. Hierover praat ik verder met Jacques Scheres, professor verbonden aan het azM. Jacques is al sinds jaar en dag een autoriteit op het gebied van de grensoverschrijdende gezondheidszorg. Ondanks de Europese Unie en ondanks een aantal uitspraken van het Europese Hof van Justitie zijn de nationale grenzen tussen België, Duitsland en Nederland als het gaat om gezondheidszorg nog altijd aanwezig. Patiënten zijn niet vrij in de keuze van het land waar zij zich willen laten behandelen, terwijl dat juist in een grensregio als Zuid-Limburg van groot belang is. Gelukkig is er, dankzij een continue inzet, ook vooruitgang geboekt zoals bij de grensoverschrijdende inzet van ambulances voor de verlening van spoedeisende medische hulp.
Zeer recent heeft de Europese Commissie het voornemen aangekondigd om een richtlijn op te stellen ter ondersteuning van grensoverschrijdende gezondheidszorg. Dergelijke ontwikkelingen uit Brussel zijn voor ons als grensregio natuurlijk enorm belangrijk. Onderweg lopen wij langs een recent aangelegd golfbaan in het gebied Bleijenbeek. De golfbaan is landschappelijk goed ingepast in het ter plaatse aanwezige beekdal.
Met professor Luc Soete van het onderzoeksinstituut UNU-MERIT (verbonden aan de Universiteit Maastricht) praat ik over de noodzaak van samenwerking in het onderwijs. Wij kunnen wel het een en ander van België leren volgens Luc Soete. In België is de samenwerking tussen universiteiten en hogescholen veel beter geregeld, waardoor onderzoek en onderwijs elkaar aanvullen. In Nederland werken universiteiten en hogescholen vaak volstrekt langs elkaar heen of concurreren zelfs met elkaar. Zonde van de kansen die we hierdoor laten liggen. Ook in de Euregio blijven veel kansen voor samenwerking tussen universiteiten onderbenut en dat is jammer.
Wandelend door stuifduinen, heidevelden en bossen raken de mede-wandelaars natuurlijk ook met elkaar aan de praat. Natuurlijk komt daarbij ook de aankondiging van Vodafone om de top van het bedrijf naar Amsterdam te verplaatsen, ter sprake. En het belang van een euregionale arbeidsmarkt. Daarover heeft de Task-force Grensarbeiders onder leiding van Hans Niessen, voormalig minister uit de Duitstalige gemeenschap in België duidelijke voorstellen uitgewerkt. Er zijn nog teveel administratieve problemen en financiële onzekerheden en nadelen voor grensarbeiders. Deze mensen worden hierdoor gestraft voor het feit dat ze mobiel en ondernemend zijn, en dat zou niet moeten aldus Hans Niessen. Het is één van de punten waarover ik graag de discussie met Den Haag aanga. We moeten het hierbij overigens niet laten. Het zal sneller en eenvoudiger moeten worden om kenniswerkers ook van buiten Europa aan te trekken; het idee van een blue-card (naar analogie van de amerikaanse green-card) spreekt mij aan.
Ook spreek ik met Luc Soete en Hans Niessen nog verder over de unieke ligging van de Euregio Maas-Rijn in het drielandenpunt van België, Nederland en Duitsland. In de toekomstige samenwerking tussen de Benelux en Nordrhein-Westfalen speelt deze Euregio dan ook een essentiële brugfunctie. Die positie moeten we beter gaan benutten. Ik zie Limburg samen met onze partners in de Euregio Maas-Rijn als een echte experimenteerregio voor grensoverschrijdende samenwerking. Als Luc Soete en Hans Niessen verder wandelen, praten zij met elkaar in het Frans; beiden Belg, de eerste Vlaming de tweede van de Duitstalige gemeenschap, vinden ze daarin hun gemeenschappelijke taal. Dit onderstreept maar weer de internationale identiteit van deze regio en van de mensen in dit deel van Europa.
In Nieuw-Bergen aangekomen kijk ik terug op een bijzonder geslaagde dag met interessante gesprekken in een bijzonder mooie omgeving. Wordt vervolgd!

Etappe 1: SportWandeling - maandagochtend 2.JPG
Het bestuur van Limburg wil luisteren naar wat leeft in de provincie. Ook als Commissaris van de Koningin geef ik daar graag invulling aan. Onder het motto “Luisterend door Limburg” loop ik deze week in tien etappes – elke dag twee – van Mook naar Eijsden en laat ik mij uitvoerig bijpraten over belangrijke Limburgse thema’s met mensen die op een thema een bijzondere ervaring of deskundigheid hebben. De etappes zijn uitgezet door Edmond Staal van Stichting het Limburgs Landschap.

De wandeltocht door Limburg starten we in Mook bij de uitkijktoren bij het scoutingterrein Don Bosco. Het belooft een stralende en zonnige dag te worden: we kunnen ons geen betere start wensen! Na een gastvrij ontvangst door de scouting Don Bosco en door waarnemend burgemeester Persoon van Mook en Middelaar, gaat de eerste etappe van start, over een afstand van 13 kolometer. De prachtige natuur van noordelijk Limburg dient tot inspiratiebron. Het thema is sport.
John Bierman, campusdirecteur van het Blariacum College Venlo vertelt mij over de actieve rol van zijn school ten aanzien van sport. Hij geeft aan dat meer sport tijdens en na school belangrijk is voor de gezondheid van de jongeren en voor de sociale cohesie in de wijk rondom de school. Daarnaast heeft de school in de bovenbouw een nieuw onderwijsprogramma opgestart, genaamd Sport Dienstverlening en Veiligheid. Binnen dit onderwijsprogramma is er meer aandacht voor sport en kunnen leerlingen een betere aansluiting krijgen op de sportopleidingen van het CIOS of Fontys Hogeschool. Volgens de heer Bierman, zelf ook erg actief in de sport, is het belangrijk om de jeugd naar hun mening te vragen. Wij moeten niet alles voor ze bepalen. Als we het sportaanbod en de sportaccommodaties meer afstemmen op de wensen van de jongeren, dan kunnen we hun ook meer boeien om aan sport te doen. Om de brug te slaan tussen sportverenigingen, de buurt en het onderwijs is de school een pilot gestart met steun van gemeente Venlo en de ministerie van VWS en OCW. De kern van deze pilot is de inzet van professioneler kader bij de coördinatie en uitvoering van sport tijdens en na school. Dit kader, de zogenaamde combinatiefuncties, kunnen zowel voor de school als voor sportverenigingen actief ingezet worden, waarbij ook buurtbewoners geactiveerd kunnen worden om te gaan sporten.
Jack Opgenoord, directeur van het Huis voor de Sport Limburg, geeft aan dat de inzet van combinatiefuncties een speerpunt van het ministerie van VWS is in de komende jaren. In 2009 zullen er 2500 combinatiefuncties in Nederland gefinancierd worden door het ministerie van VWS. Limburg moet hier zeker 300 functies van in de wacht slepen en dat is hard nodig om in Limburg de beweegachterstand in het onderwijs in te lopen ten opzichte van de rest van Nederland. Hij vervolgt het gesprek door aan te geven dat een goed georganiseerd en aantrekkelijk sportaanbod niet voldoende is. Slimme investeringen om van bestaande zelfstandige sportaccommodaties multifunctionele sportomgevingen te maken zijn nodig in bijna iedere gemeente. Alleen dan kunnen sportverenigingen aan de maatschappelijke vraag vanuit het onderwijs en de buurt voldoen.Wandeling - maandagochtend 1.JPG
Dat goede initiatieven niet alleen door grote en professionele organisaties tot stand komen, wordt mij duidelijke na een gesprek met Annie Palmen, een ex-kankerpatiënte. Zij vertelt mij enthousiast hoe ze na haar ziekte deelnam aan een revalidatieproject. Samen met diverse andere ex-kankerpatiënten nam zij deel aan een sport- en beweegprogramma om lichamelijk en mentaal aan te sterken. Het programma werd echter maar voor een beperkte duur door zorgverzekeraars betaald. De groep wilde door, maar voor velen was de deelname aan de sportactiviteiten te duur. Mevrouw Palmen nam toen het initiatief om een sport- en beweegprogramma voor de groep mogelijk te maken. Zij zocht contact met onder anderen de directie van de Polfermolen in Valkenburg aan de Geul en slaagde er uiteindelijk in om een betaalbaar sportprogramma te realiseren. Ze maakt duidelijk dat veel “zorggerelateerde” sportprojecten geen structureel karakter hebben. Hier wordt te weinig over nagedacht en op deze wijze worden vele goede inspanningen weer teniet gedaan. Sporten is niet alleen gezond als je in een probleemsituatie zit, door tijdens het sporten lief en leed met elkaar te delen, heeft sporten ook een sterke sociale functie.
Niet alleen breedtesport komt aan de orde tijdens de wandeling. Ik stel de vraag welke sporten op het terrein van topsport nu typisch bij Limburg passen en door de Provincie ondersteund moeten worden. Nagenoeg iedereen noemt wielrennen en handbal als sporten waar Limburg echt iets mee heeft. Beide sporttakken hebben de steun van de Provincie hard nodig. De wielersport is een individualistische sport met slechts een heel beperkt aantal wielerverenigingen. Vooral jongeren hebben behoefte aan de ondersteuning op verenigingsniveau, dicht bij huis. Alleen dan is het mogelijk dat er weer meer jongeren de wielersport gaan beoefenen.
Geert Ruigrok, directeur van Topsport Limburg, vertelt dat wanneer we deze sporttakken in Limburg op de kaart willen zetten, we moeten investeren in een goed ondersteuningsnetwerk en in goede accommodaties voor talentvolle sporters. Hierbij speelt een lange termijnvisie een grote rol. De Olympische Spelen van Londen in 2012 is het grote doel waar veel Limburgse talenten hun vizier op richten. Om die Limburgse olympische ambities te realiseren, moet er nu snel geïnvesteerd worden in krachtige talentencentra. Gelukkig hebben we de afgelopen jaren niet stil gezeten en is er al een goed samenwerkingsverband gesmeed tussen de sport, het onderwijs en het bedrijfsleven om talentvolle jongeren te ondersteunen.
Ook op het gebied van topsportaccommodaties is de langetermijnvisie van groot belang. Het NOC*NSF, de nationale sportkoepel, onderzoekt momenteel of de Olympische Spelen in 2028 in Nederland haalbaar zijn. Recentelijk hebben zij ons gevraagd of er in Limburg sportaccommodaties zijn of gepland worden, die binnen het Olympisch Plan 2028 passen. Natuurlijk beschikt Limburg over een topsportaccommodatie: het Limburgse landschap voor de wielersport, maar er is meer nodig om topsportevenementen en talentontwikkeling in Limburg mogelijk te maken. 1 sport#.JPG
Tijdens een overleg van GS met de regio Westelijke Mijnstreek, sprak de gemeente Sittard-Geleen de ambitie uit om zich te willen ontwikkelen als dé “sportzone” van Limburg. In de Westelijke Mijnstreek heeft het onderwijs zich gebundeld rondom de sport en zien zij kansen om met behulp van de sport een aantrekkelijker onderwijsaanbod te realiseren. Een grote multifunctionele sportaccommodatie zal noodzakelijk zijn om aan de sportbehoefte van de vele studenten te kunnen voldoen. Hierdoor maak je het aantrekkelijk om jongeren en onderwijsinstellingen duurzaam te binden aan deze regio. Diverse sporttakken, waaronder het handbal, de triatlon, de atletiek, het tafeltennis en het turnen, concentreren hun topsportactiviteiten al in de Westelijk Mijnstreek. Ook diverse grote Limburgse bedrijven in deze regio omarmen de sport. Waar anders in Limburg zou je dan een topsportaccommodatie moeten ontwikkelen als er zoveel ingrediënten samenkomen als in de Westelijke Mijnstreek? Aan dit soort initiatieven wil ik graag mijn steun geven.
Veel informatie rijker komen we, na 13 kilometer, rond het middaguur aan bij het oude raadhuis in Gennep, waar een wandelaarslunch wordt geserveerd. We kijken terug op een geslaagde wandeling en op een goed begin van mijn tocht door Limburg.

Gepubliceerd door Beheerder om 09:32 am

11 oktober 2007

Den Haag – minister Eurlings

Na een ochtend in het Gouvernement ga ik op weg naar de residentie. Ik heb o.a. een ontmoeting met minister Camiel Eurlings. Hij kent Limburg vanzelfsprekend goed en de dossiers die voor ons belangrijk zijn, zijn hem tot in detail bekend.
Allerlei modellen die het ministerie van Verkeer en Waterstaat hanteert, houden geen of onvoldoende rekening met onze euregionale positie. Overigens heeft de minister zelf er eerder al blijk van gegeven dat hij meer aandacht wil voor grensoverschrijdende samenwerking. We spreken vanzelfsprekend ook over de problemen rondom de opening van de A73, een onderwerp dat vandaag ook op de agenda van de Tweede Kamer staat. De nieuwe vertraging bij de A74 en bij de spitsstrook A2 tussen Maasbracht en Geleen komen aan bod. Kortom: gesprekstof genoeg.
Het is altijd leuk en interessant om in Den Haag te zijn en bekenden te spreken uit de tijd dat ik er zelf nog als kamerlid rondliep.

Gepubliceerd door Beheerder om 09:42 am

08 oktober 2007

Provincie – G4

In het Gouvernement beëdig ik ’s ochtends de heer Paul Mengde die is herbenoemd tot burgemeester van Sevenum. ’s Middags komen de burgemeesters van Heerlen, Maastricht, Sittard-Geleen en Venlo (de G4) langs voor een regulier “G4-burgemeesters en CdK overleg”. Het voornaamste bespreekpunt is hoe we gezamenlijk kunnen optrekken richting Den Haag. Eendracht maakt macht, ook in Limburg. Dat geldt zeker voor deze periode waarin regering en parlement bezig zijn met de begrotingsbehandelingen. In dit kader wordt ook gesproken over de gezamenlijke Limburg-agenda, die onlangs door de Provincie met de VLG (Vereniging van Limburgse Gemeenten) werd overeengekomen. Deze Limburg-agenda vormt de basis voor een gezamenlijke lobby agenda, zodat we met één mond spreken in Den Haag, Brussel en naar anderen toe. De Limburg-agenda zal nu doorvertaald worden naar een concrete lobby-agenda met een bijbehorende werkstructuur.

Gepubliceerd door Beheerder om 09:42 am