« Den Haag – minister Eurlings | Hoofdpagina | Etappe 4: Cultuur en creatieve industrie »
15 oktober 2007
Luisterend door Limburg
Etappe 2: Internationalisering
’s Middags voert de wandeling ons verder door het prachtige landschap van Noord-Limburg en brengt ons van Afferden naar Nieuw-Bergen. Het is een afstand van wederom zo’n 13 kilometer. We vertrekken 's middags vanaf café Kubbus (Afferden) en de eindbestemming is, na een paar uur wandelen, het Recreatiecomplex den Asseldonk (Nieuw-Bergen). We worden tijdens de wandeltocht wederom deskundig en enthousiast begeleid door Edmond Staal van het Limburgs Landschap, 'bewapend' met een grote vakkundig uitgesneden wandelstok is het een echte herder; zo heeft hij een aantal jaren geleden met een echte schaapskudde een grote tocht tot hartje Parijs gemaakt.
Het thema van vanmiddag is internationalisering, een thema waar mij veel aan gelegen is. Internationale samenwerking is voor Limburg als grensprovincie met zo'n 350 km grens met het buitenland essentieel voor haar verdere ontwikkeling. Die kansen voor samenwerking met partners uit Duitsland en België liggen er op veel terreinen zoals economie, cultuur, infrastructuur, gezondheidszorg, onderwijs, natuur en landschap. We moeten die kansen echter wel willen zien, en ons willen verdiepen in de initiatieven, structuren en belangen van onze buren. En natuurlijk zijn er de nodige wettelijke en financiële belemmeringen te overwinnen, maar daar zijn we dan ook volop mee bezig. In deze zomer heeft de commissie Hermans ons hierover geadviseerd, en het provinciebestuur is hard bezig om hier uitvoering aan te geven. Ik praat hier regelmatig over met bewindslieden en politici in Den Haag.
Zoals je bij een thema als internationalisering mag verwachten, is het gezelschap van vanmiddag van internationale allure uit België, Duitsland en Nederland. Ik praat met mijn mede-wandelaars over de kansen die zij vanuit hun vakgebied voor grensoverschrijdende samenwerking zien. Met Jürgen Drewes, Hauptgeschäftsführer van de Industrie- und Handelskammer Aachen en Jan Mans voorzitter van de Limburgse Kamer van Koophandel, praat ik o.a. over de samenwerking tussen de IHK en de Kamer van Koophandel. Nu de beide Limburgse Kamers gefuseerd worden, is het zaak ervoor te zorgen dat de samenwerking met de IHK-Aachen blijft bestaan, zelfs nog verder geintensiveerd wordt. Het onlangs opgerichte WTC Heerlen-Aken biedt zo'n kans. Ondanks dat het grensoverschrijdende bedrijventerrein Avantis nog erg 'leeg' is, zijn er toch veel goede ontwikkelingen te melden, natuurlijk de spectaculaire ontwikkelingen van het bedrijf Solland-Solar op de eerste plaats. De samenwerking met het Akense (RWTH) in onderzoek en innovatie in duurzame energie-technieken begint zich eveneens goed te ontwikkelen. Door nederlandse en duitse bedrijven is onlangs een nieuwe vereniging 'Energy Hills' opgericht. Dat het duitse onderzoek toonaangevend in de wereld is moge overigens wel blijken uit het feit dat dit jaar 2 Nobelprijzen (voor natuurkunde en voor chemie) aan Duitsers zijn uitgereikt.
Jürgen Drewes denkt dat de samenwerking in de Automotive tussen Limburg en Aken veel verder opgevoerd kan worden. De aanwezige kennis hier is enorm, het is jammer dat deze nog te weinig grensoverschrijdend benut wordt. Nedcar zou hier wellicht van kunnen profiteren.
Ook wordt er hard gewerkt om de samenwerking tussen het azM Maastricht en het Klinikum te Aken te concretiseren in gezamenlijke kliniken en instituten. Mogelijk dat een deel hiervan zich op Avantis zal vestigen. Hierover praat ik verder met Jacques Scheres, professor verbonden aan het azM. Jacques is al sinds jaar en dag een autoriteit op het gebied van de grensoverschrijdende gezondheidszorg. Ondanks de Europese Unie en ondanks een aantal uitspraken van het Europese Hof van Justitie zijn de nationale grenzen tussen België, Duitsland en Nederland als het gaat om gezondheidszorg nog altijd aanwezig. Patiënten zijn niet vrij in de keuze van het land waar zij zich willen laten behandelen, terwijl dat juist in een grensregio als Zuid-Limburg van groot belang is. Gelukkig is er, dankzij een continue inzet, ook vooruitgang geboekt zoals bij de grensoverschrijdende inzet van ambulances voor de verlening van spoedeisende medische hulp.
Zeer recent heeft de Europese Commissie het voornemen aangekondigd om een richtlijn op te stellen ter ondersteuning van grensoverschrijdende gezondheidszorg. Dergelijke ontwikkelingen uit Brussel zijn voor ons als grensregio natuurlijk enorm belangrijk. Onderweg lopen wij langs een recent aangelegd golfbaan in het gebied Bleijenbeek. De golfbaan is landschappelijk goed ingepast in het ter plaatse aanwezige beekdal.
Met professor Luc Soete van het onderzoeksinstituut UNU-MERIT (verbonden aan de Universiteit Maastricht) praat ik over de noodzaak van samenwerking in het onderwijs. Wij kunnen wel het een en ander van België leren volgens Luc Soete. In België is de samenwerking tussen universiteiten en hogescholen veel beter geregeld, waardoor onderzoek en onderwijs elkaar aanvullen. In Nederland werken universiteiten en hogescholen vaak volstrekt langs elkaar heen of concurreren zelfs met elkaar. Zonde van de kansen die we hierdoor laten liggen. Ook in de Euregio blijven veel kansen voor samenwerking tussen universiteiten onderbenut en dat is jammer.
Wandelend door stuifduinen, heidevelden en bossen raken de mede-wandelaars natuurlijk ook met elkaar aan de praat. Natuurlijk komt daarbij ook de aankondiging van Vodafone om de top van het bedrijf naar Amsterdam te verplaatsen, ter sprake. En het belang van een euregionale arbeidsmarkt. Daarover heeft de Task-force Grensarbeiders onder leiding van Hans Niessen, voormalig minister uit de Duitstalige gemeenschap in België duidelijke voorstellen uitgewerkt. Er zijn nog teveel administratieve problemen en financiële onzekerheden en nadelen voor grensarbeiders. Deze mensen worden hierdoor gestraft voor het feit dat ze mobiel en ondernemend zijn, en dat zou niet moeten aldus Hans Niessen. Het is één van de punten waarover ik graag de discussie met Den Haag aanga. We moeten het hierbij overigens niet laten. Het zal sneller en eenvoudiger moeten worden om kenniswerkers ook van buiten Europa aan te trekken; het idee van een blue-card (naar analogie van de amerikaanse green-card) spreekt mij aan.
Ook spreek ik met Luc Soete en Hans Niessen nog verder over de unieke ligging van de Euregio Maas-Rijn in het drielandenpunt van België, Nederland en Duitsland. In de toekomstige samenwerking tussen de Benelux en Nordrhein-Westfalen speelt deze Euregio dan ook een essentiële brugfunctie. Die positie moeten we beter gaan benutten. Ik zie Limburg samen met onze partners in de Euregio Maas-Rijn als een echte experimenteerregio voor grensoverschrijdende samenwerking. Als Luc Soete en Hans Niessen verder wandelen, praten zij met elkaar in het Frans; beiden Belg, de eerste Vlaming de tweede van de Duitstalige gemeenschap, vinden ze daarin hun gemeenschappelijke taal. Dit onderstreept maar weer de internationale identiteit van deze regio en van de mensen in dit deel van Europa.
In Nieuw-Bergen aangekomen kijk ik terug op een bijzonder geslaagde dag met interessante gesprekken in een bijzonder mooie omgeving. Wordt vervolgd!
Etappe 1: Sport
Het bestuur van Limburg wil luisteren naar wat leeft in de provincie. Ook als Commissaris van de Koningin geef ik daar graag invulling aan. Onder het motto “Luisterend door Limburg” loop ik deze week in tien etappes – elke dag twee – van Mook naar Eijsden en laat ik mij uitvoerig bijpraten over belangrijke Limburgse thema’s met mensen die op een thema een bijzondere ervaring of deskundigheid hebben. De etappes zijn uitgezet door Edmond Staal van Stichting het Limburgs Landschap.
De wandeltocht door Limburg starten we in Mook bij de uitkijktoren bij het scoutingterrein Don Bosco. Het belooft een stralende en zonnige dag te worden: we kunnen ons geen betere start wensen! Na een gastvrij ontvangst door de scouting Don Bosco en door waarnemend burgemeester Persoon van Mook en Middelaar, gaat de eerste etappe van start, over een afstand van 13 kolometer. De prachtige natuur van noordelijk Limburg dient tot inspiratiebron. Het thema is sport.
John Bierman, campusdirecteur van het Blariacum College Venlo vertelt mij over de actieve rol van zijn school ten aanzien van sport. Hij geeft aan dat meer sport tijdens en na school belangrijk is voor de gezondheid van de jongeren en voor de sociale cohesie in de wijk rondom de school. Daarnaast heeft de school in de bovenbouw een nieuw onderwijsprogramma opgestart, genaamd Sport Dienstverlening en Veiligheid. Binnen dit onderwijsprogramma is er meer aandacht voor sport en kunnen leerlingen een betere aansluiting krijgen op de sportopleidingen van het CIOS of Fontys Hogeschool. Volgens de heer Bierman, zelf ook erg actief in de sport, is het belangrijk om de jeugd naar hun mening te vragen. Wij moeten niet alles voor ze bepalen. Als we het sportaanbod en de sportaccommodaties meer afstemmen op de wensen van de jongeren, dan kunnen we hun ook meer boeien om aan sport te doen. Om de brug te slaan tussen sportverenigingen, de buurt en het onderwijs is de school een pilot gestart met steun van gemeente Venlo en de ministerie van VWS en OCW. De kern van deze pilot is de inzet van professioneler kader bij de coördinatie en uitvoering van sport tijdens en na school. Dit kader, de zogenaamde combinatiefuncties, kunnen zowel voor de school als voor sportverenigingen actief ingezet worden, waarbij ook buurtbewoners geactiveerd kunnen worden om te gaan sporten.
Jack Opgenoord, directeur van het Huis voor de Sport Limburg, geeft aan dat de inzet van combinatiefuncties een speerpunt van het ministerie van VWS is in de komende jaren. In 2009 zullen er 2500 combinatiefuncties in Nederland gefinancierd worden door het ministerie van VWS. Limburg moet hier zeker 300 functies van in de wacht slepen en dat is hard nodig om in Limburg de beweegachterstand in het onderwijs in te lopen ten opzichte van de rest van Nederland. Hij vervolgt het gesprek door aan te geven dat een goed georganiseerd en aantrekkelijk sportaanbod niet voldoende is. Slimme investeringen om van bestaande zelfstandige sportaccommodaties multifunctionele sportomgevingen te maken zijn nodig in bijna iedere gemeente. Alleen dan kunnen sportverenigingen aan de maatschappelijke vraag vanuit het onderwijs en de buurt voldoen.
Dat goede initiatieven niet alleen door grote en professionele organisaties tot stand komen, wordt mij duidelijke na een gesprek met Annie Palmen, een ex-kankerpatiënte. Zij vertelt mij enthousiast hoe ze na haar ziekte deelnam aan een revalidatieproject. Samen met diverse andere ex-kankerpatiënten nam zij deel aan een sport- en beweegprogramma om lichamelijk en mentaal aan te sterken. Het programma werd echter maar voor een beperkte duur door zorgverzekeraars betaald. De groep wilde door, maar voor velen was de deelname aan de sportactiviteiten te duur. Mevrouw Palmen nam toen het initiatief om een sport- en beweegprogramma voor de groep mogelijk te maken. Zij zocht contact met onder anderen de directie van de Polfermolen in Valkenburg aan de Geul en slaagde er uiteindelijk in om een betaalbaar sportprogramma te realiseren. Ze maakt duidelijk dat veel “zorggerelateerde” sportprojecten geen structureel karakter hebben. Hier wordt te weinig over nagedacht en op deze wijze worden vele goede inspanningen weer teniet gedaan. Sporten is niet alleen gezond als je in een probleemsituatie zit, door tijdens het sporten lief en leed met elkaar te delen, heeft sporten ook een sterke sociale functie.
Niet alleen breedtesport komt aan de orde tijdens de wandeling. Ik stel de vraag welke sporten op het terrein van topsport nu typisch bij Limburg passen en door de Provincie ondersteund moeten worden. Nagenoeg iedereen noemt wielrennen en handbal als sporten waar Limburg echt iets mee heeft. Beide sporttakken hebben de steun van de Provincie hard nodig. De wielersport is een individualistische sport met slechts een heel beperkt aantal wielerverenigingen. Vooral jongeren hebben behoefte aan de ondersteuning op verenigingsniveau, dicht bij huis. Alleen dan is het mogelijk dat er weer meer jongeren de wielersport gaan beoefenen.
Geert Ruigrok, directeur van Topsport Limburg, vertelt dat wanneer we deze sporttakken in Limburg op de kaart willen zetten, we moeten investeren in een goed ondersteuningsnetwerk en in goede accommodaties voor talentvolle sporters. Hierbij speelt een lange termijnvisie een grote rol. De Olympische Spelen van Londen in 2012 is het grote doel waar veel Limburgse talenten hun vizier op richten. Om die Limburgse olympische ambities te realiseren, moet er nu snel geïnvesteerd worden in krachtige talentencentra. Gelukkig hebben we de afgelopen jaren niet stil gezeten en is er al een goed samenwerkingsverband gesmeed tussen de sport, het onderwijs en het bedrijfsleven om talentvolle jongeren te ondersteunen.
Ook op het gebied van topsportaccommodaties is de langetermijnvisie van groot belang. Het NOC*NSF, de nationale sportkoepel, onderzoekt momenteel of de Olympische Spelen in 2028 in Nederland haalbaar zijn. Recentelijk hebben zij ons gevraagd of er in Limburg sportaccommodaties zijn of gepland worden, die binnen het Olympisch Plan 2028 passen. Natuurlijk beschikt Limburg over een topsportaccommodatie: het Limburgse landschap voor de wielersport, maar er is meer nodig om topsportevenementen en talentontwikkeling in Limburg mogelijk te maken.
Tijdens een overleg van GS met de regio Westelijke Mijnstreek, sprak de gemeente Sittard-Geleen de ambitie uit om zich te willen ontwikkelen als dé “sportzone” van Limburg. In de Westelijke Mijnstreek heeft het onderwijs zich gebundeld rondom de sport en zien zij kansen om met behulp van de sport een aantrekkelijker onderwijsaanbod te realiseren. Een grote multifunctionele sportaccommodatie zal noodzakelijk zijn om aan de sportbehoefte van de vele studenten te kunnen voldoen. Hierdoor maak je het aantrekkelijk om jongeren en onderwijsinstellingen duurzaam te binden aan deze regio. Diverse sporttakken, waaronder het handbal, de triatlon, de atletiek, het tafeltennis en het turnen, concentreren hun topsportactiviteiten al in de Westelijk Mijnstreek. Ook diverse grote Limburgse bedrijven in deze regio omarmen de sport. Waar anders in Limburg zou je dan een topsportaccommodatie moeten ontwikkelen als er zoveel ingrediënten samenkomen als in de Westelijke Mijnstreek? Aan dit soort initiatieven wil ik graag mijn steun geven.
Veel informatie rijker komen we, na 13 kilometer, rond het middaguur aan bij het oude raadhuis in Gennep, waar een wandelaarslunch wordt geserveerd. We kijken terug op een geslaagde wandeling en op een goed begin van mijn tocht door Limburg.
Gepubliceerd door Beheerder om 15 oktober 2007 09:32