« november 2009 | Hoofdpagina | januari 2010 »

22 december 2009

Een bewogen jaar nadert zijn einde

Logo Kopenhagen.png December is de maand dat de rekeningen worden opgemaakt. Drukke agenda’s brengen mij kris kras door land en provincie. Wat mij opvalt is dat een deken van pessimisme over ons heen wordt getrokken. De klimaattop in Kopenhagen baart een muis. Wij willen of kunnen de lichtpuntjes niet zien. terwijl het toch een meesterstuk is om 170 landen bij elkaar te brengen die de noodzaak zien van ‘de inrichting van een andere wereld’. Mistroostigheid en somberheid is de uitstraling van velen.
Bij de vele ontmoetingen die ik heb kom je mensen tegen die zelfs ongelukkig zijn als zij geen probleem kunnen benoemen. Hebben wij nog wel de bereidheid in onszelf te geloven? En zeker in een land als Nederland dat toch moet worden gekenmerkt als een van de minst ellendige landen van de wereld, met weinig werkloosheid, de minste inflatie en afnemende onveiligheidsgevoelens. Mensen zijn erg tevreden over hun privé-situatie maar doemdenken over de samenleving. Mensen zijn als het ware bang te verliezen wat ze hebben, omdat zij niet veel vertrouwen hebben in ‘de andere mens’ en de ergernissen daarover worden uitvergroot.
De toekomst van ons allen is er in een jaar tijd heel anders gaan uitzien, de financiële crisis laat zijn sporen na, overheden zitten met de gevolgen daarvan opgescheept. Wij stevenen af op de grootste bezuinigingsoperaties van de moderne tijd. Dat doet mij denken aan de historische uitspraak van Ronald Reagan die in 1981 zei dat in de toenmalige crisis de overheid niet de oplossing was, maar het probleem. Nu moet deze uitspraak wellicht worden omgedraaid.
Niet alle heil en zegen kan en mag worden overgelaten aan de markt. En dan is er natuurlijk een om zich heen grijpende klimaatcrisis; in een wereld waar 1,2 miljard Chinezen en 1,2 miljard Indiërs ook op zoek zijn naar onze welvaartstandaards en weinig geduld hebben om die te bereiken. Bovendien lijken veel Nederlanders te denken dat deze crises kan worden opgelost vanuit de Nederlandse samenleving en niet vanuit een Europese context. Er lijkt weinig bereidheid te bestaan om zich te committeren aan de Europese eenwording en via Europa in de wereld met één stem te spreken. Op woensdag 15 december nam ik in Luik deel aan een conferentie ‘La crise et l’après crise’, onder leiding van de ‘President elect’ van Europa, Herman van Rompuy. Hij hield een pleidooi om het unieke Europese model overeind te houden. Over het herwinnen van zelfvertrouwen. Politieke neutraliteit van Nederland is geen optie. En juist door de Europese integratie hebben het regionalisme en de regionale culturen, ook de Limburgse, zich kunnen ontwikkelen.

De provinciale agenda wordt deze weken eveneens beheerst door de met Prinsjesdag aangekondigde bezuinigingen die de lagere overheden gaan raken in de komende jaren. Er is geen ontkomen aan. Provincies zullen zich moeten beraden op hun kerntaken en vooral die dingen moeten gaan doen waar ze van oudsher goed in zijn: gebiedsontwikkeling en omgevingsbeleid. Vele taken die nu nog door het Rijk worden uitgevoerd op het gebied van wegbeheer, ruimtelijke ordening, landschaps- en natuurbeleid en regionaal economisch beleid, zouden provincies beter, goedkoper en efficiënter kunnen uitvoeren.
Sociaal beleid is een taak waar de provincies zich niet (meer) mee zouden moeten bemoeien. De zich al jarenlang voortslepende discussie over het bestaansrecht van de provincies is interessant, maar houdt ons af van de essentiële vragen over welke kerntaken bij welke overheid behoren. Gekwalificeerde meerderheden voor het afschaffen van de provincies zullen in ons land nooit worden gehaald. Het houdt ons van de wezenlijke discussie af op welke wijze wij zo snel als het kan tot afdoende taakstellingen kunnen komen. Het integreren van waterschappen en provincies is een meer voor de hand liggende oplossing. Het legitimeert waterschappen méér in een volwaardig democratische bestel van provincies, het sluit aan bij de kerntaak van omgevingsbeleid van ‘provincies nieuwe stijl’ en het zorgt impliciet voor een eigen belastinggebied dat de open huishouding van een overheidslaag kenmerkt. Alle provinciale besturen in Nederland zijn het er in deze dagen in Utrecht over eens geworden om deze denklijn verder uit te werken en daarmee een handreiking te doen naar het huidige en het volgende kabinet. (22-12-2009)

Gepubliceerd door Léon Frissen om 08:53 am

05 december 2009

Eerste week van december

Vervoer en mobiliteit
Vervoer en mobiliteit staat hoog op de agenda van de politiek in Nederland. Al 20 jaar wordt er in ons land gesproken over vormen van mobiliteitsregulering. Het prijsmechanisme speelt daarbij een hoofdrol. Al een generatie ziet de doorsnee Nederlander de auto als een van de belangrijkste verworvenheden van de moderne tijd. Autobezitters vertrouwen de overheid vaak niet als het gaat om de belasting die zij moeten betalen (wegenbelasting, luxebelasting op auto’s). De ANWB en sommige media laten er geen misverstand over bestaan dat de opbrengsten vaker ingezet worden voor andere doelen, dan voor het verbeteren en aanleggen van (nieuwe) wegen. De georganiseerde achterdocht veroorzaakt de essentie van de problemen rond de invoering van het rekeningrijden. (1-12-2009)

Tunnels A73
Vervoer en mobiliteit blijven ook op regionaal niveau een rol spelen. Gelukkig is het einde van de tunnel in zicht als het gaat om de totale openstelling van de A73. Op 1 december om 00.30 uur worden de tunnels in Roermond geopend door minister Camiel Eurlings. Een gedenkwaardig moment, na maanden van ellende rond de openstelling en na 40 jaar van inzet door velen in de regio om deze ‘ruggengraat van Limburg’ aan te leggen. Roermond heeft geanticipeerd op deze aanleg en veel bedrijvigheid kunnen aantrekken ter versterking van de lokale en regionale economie. Midden in deze eerste decembernacht van 2009 omringen velen de minister bij de openingshandeling. Begrijpelijk dat enig cynisme bij weggebruikers hiermee niet is weggenomen. De steeds weer terugkerende problemen hebben veroorzaakt dat het vertrouwen in de wegbeheerder(s) stap voor stap moet worden teruggewonnen. De optimisten hebben deze nacht de overhand. (1-12-2009)

Toekomst provincies
Het College van GS concentreert zich deze dagen op de toekomst van de provincies: eerst is er een vergadering in Horst aan de Maas (voorbereiding), dan in Den Bosch (samenspraak met College GS Noord-Brabant) en vervolgens in Utrecht (gezamenlijke bijeenkomst van alle Colleges van GS van Nederland). Belangrijke inbreng van de Provincie Limburg: de discussie over deze toekomst moet niet alleen gevoerd worden langs de route van middelen (de bezuinigingen bij de Rijksoverheid van 35 miljard euro), maar vooral langs de lijn van de inhoud. De kerntaken van de provincie: het omgevingsbeleid i.c. ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer, regionaal economisch beleid, cultuurhistorie, in relatie met ‘de open huishouding’ zijn daarbij wezenlijk. Rijkstaken die tot dit cluster behoren alsook gemeentelijke taken zouden kunnen worden gedecentraliseerd resp. gecentraliseerd. Deze lijn zal de komende maanden centraal staan in de vele politieke debatten die daarover gaan plaatsvinden. (1-12-2009)

Comité van de Regio’slogo_CoR_nl.gif
Twee dagen Brussel: het Comité van de Regio’s (CvdR), waarvan ik deel uitmaak, vergadert. Het CvdR ijvert voor het recht van alle Europese lokale en regionale overheden op voldoende financiële middelen voor de uitvoering van de taken en zet zich verder in voor goed bestuur en meer decentralisatie.
Het Comité van de Regio's (CvdR) is de vertegenwoordiging op EU-niveau van de regionale en lokale overheden. Het orgaan telt 344 leden uit alle 27 lidstaten. Alle leden zijn vertegenwoordigers van een lokaal of regionaal bestuursorgaan. Nederland heeft 12 leden: afgevaardigden van de provincies en de gemeenten. Het CvdR heeft tot taak om de regionale en lokale overheden en daarmee ook de burgers bij het Europees besluitvormingsproces te betrekken. Ongeveer driekwart van de EU-wetgeving wordt op decentraal niveau ten uitvoer gelegd, zodat het zeker zinvol is vertegenwoordigers van lokale en regionale overheden bij de totstandkoming van nieuwe EU-wetgeving te betrekken. De Europese Commissie en de Raad van Ministers zijn verplicht het Comité van de Regio's te raadplegen over nieuwe voorstellen op gebieden met impact op regionaal of lokaal niveau. In het Verdrag van Maastricht worden vijf van dit soort gebieden genoemd: economische en sociale cohesie, regionaal beleid en structuurfondsen, trans-Europese netwerken op het gebied van vervoer,telecommunicatie en energie, gezondheid, onderwijs, jeugd en cultuur. Met het Verdrag van Amsterdam werd deze lijst met vijf terreinen uitgebreid: werkgelegenheid, sociaal beleid, milieu, beroepsopleiding en vervoer. Zo wordt een groot deel van het totale beleidsterrein van de EU bestreken. Met het verdrag van Lissabon, zeer recent in werking getreden, zal het CvdR, als een van de hoeders van het subsidiariteitsbeginsel, een nog belangrijkere rol gaan spelen. Dit subsidiariteitsbeginsel – een heel belangrijk principe binnen de EU – houdt in dat de EU geen talen op zich mag nemen die beter door nationale, regionale of lokale overheden kunnen worden verricht. Zie voor meer informatie: www.cor.europa.eu. (4-12-2009)

ARM_0973.JPG
De Koempel Verhaalt
Op de feestdag van de heilige Barbara (4 december), de patrones van de mijnwerkers, vindt in het Parkstad Limburg Theater in Heerlen een bijzondere bijeenkomst plaats. Het is op deze plaats dat minister van Economische Zaken Den Uyl in december 1965 de mijnsluitingen aankondigde. Een ingrijpend besluit, voor de mijnstreek, voor Limburg en op de eerste plaats voor de mijnwerkers en de andere werknemers bij de mijnen. Deze mensen en hun gezinnen komen centraal te staan in een nieuw wetenschappelijk werk dat onder leiding van het SHCL (Sociaal Historisch Centrum Limburg) zal worden uitgevoerd. Vandaag wordt de opdracht daartoe verleend door de Stichting De Koempel Verhaalt.EAR_6340.JPG
We kunnen, en dat geldt zeker voor Parkstad, trots zijn op het bijzondere mijnverleden van deze regio. In vergelijking met andere mijnstreken, bijvoorbeeld Luxemburg en het Roergebied, is er in het Limburgse landschap weinig dat aan de mijnbouw herinnert. De mijnwerker verdient in Limburg echter een eervolle plaats. Het geschiedwerk waarmee nu een aanvang wordt genomen, zal dat zeker bevorderen.
Ook wordt vandaag de kroniek gepresenteerd van 90 jaar Fonds Sociale Instellingen (FSI), een fonds dat verbonden was met de mijnen. Met de oprichting van de Werkplaats Invalide Mijnwerkers in 1927 was het FSI de grondlegger van de sociale werkvoorziening in Nederlands. Ook tegenwoordig nog stimuleert het fonds sociale en culturele activiteiten in Limburg. (4-12-2009)

Gepubliceerd door Léon Frissen om 08:16 am