« januari 2010 | Hoofdpagina | mei 2010 »
12 maart 2010
Burgemeestersconferentie integriteit en beroepsethiek
Op mijn initiatief hebben de Limburgse burgemeesters woensdagmiddag 10 maart met mij een conferentie gehouden over integriteit en beroepsethiek. Deze conferentie was een vervolg op mijn brief aan de burgemeesters, waarin ik hen opriep het integriteitsbeleid binnen hun gemeenten op niveau te brengen cq. te houden. Onder leiding van prof. Theo Camps kregen de burgemeesters een aantal interessante stellingen voorgelegd, waarvan de uitkomst in elk geval duidelijk maakte dat iedereen in meer of mindere mate nog zijn of haar weg zoekt in deze moeilijke materie. Daarbij ging het niet zozeer over de regelgeving of over concrete zaken, maar meer over de positie van de burgemeester als hoeder van de integriteit, over mijn rol als klankbord voor de burgemeesters en over nut en noodzaak van een gezamenlijke strategie. Prof. Derkse hield ons tot slot een spiegel voor over waarden en normen. Kortom, een nuttige en waardevolle middag.
De volgende stap is het verder concretiseren van de goede voornemens. Ik besef dat deze volgende stap, hoe noodzakelijk ook, veel moeilijker zal zijn.
Gepubliceerd door Léon Frissen om 03:59 pm
10 maart 2010
Bewogen weken van crisis en een land in verwarring
Vlak voor de val van het kabinet-Balkenende IV schoot mij iemand aan die zei dat normaal gesproken verkiezingscampagnes oorlog zijn, maar nu de oorlog verkiezingscampagne is geworden. Bij de behandeling van het rapport van de commissie Davids ontwikkelden zich al niet te repareren haarscheuren, om maar te zwijgen over voorafgaande conflicten in het door Herman Wijffels enkele jaren geleden in Beetsterzwaag gesloten verstandshuwelijk tussen CDA en PvdA.
De inmiddels demissionaire status van het kabinet, zonder vertegenwoordiging van het PvdA-smaldeel, kan wel eens vele maanden gaan duren. De analyse van de gemeenteraadsverkiezingen laat zien dat zowel over rechts als links geen riante meerderheidskabinetten te vormen zijn. Geen aanlokkelijk vooruitzicht, want er staat veel op het spel: op het gebied van de integratiepolitiek, op de terreinen van zorg en onderwijs, maar vooral als het gaat over het financieel-economisch perspectief. De broekriem moet meer dan ooit worden aangehaald. De financiële crisis laat nationale overheden nu zitten met cumulerende schuldenlasten, die met rente spoedig moeten worden terugbetaald. De groei van de economie laat op zich wachten en het aan arbeid deelnemend gedeelte van de bevolking vergrijst en ontgroent.
Bovendien zal de kostencompetitie met de andere delen van de wereld eerder toe dan afnemen. Wij hebben met zijn allen eigenlijk nog geen flauw idee hoe wij een begin moeten maken met het aftoppen van deze schuldenberg. In deze ‘controversiële tijd’ volgt taboe op taboe: de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar wordt voor ons uitgeschoven, ingrepen in zorg en onderwijs door deze en gene onbespreekbaar gemaakt, de hypotheekrenteaftrek ‘heilig verklaard’ en ga zo maar door. Bovendien is lastenverzwaring een issue: een minder goed idee in deze crisistijd nu de economie langzaam maar zeker opkrabbelt uit een heel diep dal.
De ambitie in de niet-Europese delen van de wereld is grenzeloos. In China en omringende landen draait de economie in een moordend tempo verder, de richting daar is gericht op de horizon. Waarom kunnen regeringen in Europa zo moeilijk komen tot toekomstgerichte dromen waar mensen zich in herkennen: samen onderweg gaan om nieuwe doelen te bereiken?
Nieuwe doelen komen ook af op de vele maatschappelijke en overheidsinstellingen in Limburg. Ons land moet bedragen van 35 miljard euro en meer bezuinigen om economie en werkgelegenheid weer enigszins stabiel te krijgen en onze (klein)kinderen niet met de gebakken peren te laten zitten. De arbeidsparticipatie en de productiviteit zullen eveneens een sterke impuls moeten krijgen. Wij houden het niet vol als jonge mensen pas na hun twintigste het arbeidsproces instappen en er op hun 55ste weer uit verdwijnen.
Overheden, Rijk, provincies en gemeenten zullen meer dan 20%(!) moeten gaan inleveren, willen wij zorg, onderwijs en veiligheid enigermate buiten schot houden. Voor de provincies betekent dat op termijn een zware aderlating. Sommigen menen dat de ‘opgeblazen positie’ van de provincies (Klaartje Peters) wel tegen een stootje kan. Als de provincies zich concentreren op hun kernambities van regionale gebiedsontwikkeling, cultuur en economie kan het aldaar gerust een tandje minder.
Het provinciaal bestuur van Limburg staat daar voor open, maar dit betekent dat wij in de toekomst vaker ‘nee’ dan ‘ja’ moeten zeggen tegen op zichzelf interessante voorstellen die ons vanuit de samenleving bereiken. Overigens merk ik op dat het aantal medewerkers dat bij de provincies in Nederland werkt (12.000) minder is dan het aantal medewerkers bij één van de grote steden in de Randstad. Een efficiënte en doelgerichte provincie die ambieert de Limburgse investeringsagenda uit te voeren, blijft de hoofdmoot waarmee het provinciaal bestuur zich mee wil bezighouden. Maar daar horen maatregelen op Rijksniveau bij: maatregelen van decentralisatie, herschikking en vereenvoudiging van bestuurlijke processen, die een minder versnipperd en verkokerd bestuur mogelijk maken. En daar hoort een versterking bij van het binnenlands bestuur als geheel.
De kenniseconomie waar wij het nu en in de toekomst meer van zullen moeten hebben, trekt zich weinig aan van staatkundige grenzen. Concurrentie tussen regio’s in en buiten Nederland zal zich op basis van kwaliteit moeten onderscheiden. Het komt op organiserend vermogen aan om de economische dynamiek en de culturele kwaliteit te stimuleren. Op weg dus naar een nieuw provincieprofiel. Kansen te over. Het gaat om het ontwikkelen van perspectieven op de arbeidsmarkt, om toonaangevende technologische ontwikkelingen, met een internationaal geavanceerd vestigingsklimaat en revolutionaire allianties tussen kennisinstellingen, bedrijven en overheden.
Gepubliceerd door Léon Frissen om 08:14 am